Vroeger

Geplaatst onder Uncategorized op januari 28, 2012 door vandraeckensteijn

Vroeger.
Vroeger was ooit nu.
Vroeger was ooit straks.
Vroeger was ooit de toekomst.

Nu is een momentopname.
Straks is al in zicht.
De toekomst is waar we op hopen.

Vroeger was alles beter.
Ooit was nu alles beter.
Ooit zou het straks beter zijn.
Ooit zou het in de toekomst het beste zijn.

Nu is vroeger beter.
Straks is nu beter.
In de toekomst zal alles van toen beter zijn.

Het is dus allemaal gelul.

Leef nu. Denk niet dat vroeger beter was.
Denk ook niet dat het straks beter zal zijn.
En vergeet de toekomst die zo ver weg ligt.

Leef nu. Je maakt het zelf het beste.

Ofwel: probeer maar eens met je draaischijftelefoon een sms te sturen naar de Shoarmabezorgservice die nog uitgevonden moet worden. Nee je kon zelf friet halen, in je slecht verwarmde autootje in de winter, de voorruit bevroren aan de binnenkant en geen fleece handschoenen om het warm te houden. En die 6000 camera’s die je vandaag de dag passeert als je in je met stoelverwarming uitgeruste auto met climate control naar de MacDrive rijdt, die zijn peanuts vergeleken met de in onze nek geïmplanteerde chips over een paar decennia. Normen en waarden zijn ook maar wormen en maden als het erop aan komt. Regulatie door het dorp zelf toen, of liever door de overheid nu? Wat maakt het uit. Die heerlijke, authentieke smaak van Bros vroeger… die we zo lekker vonden. Verneukt door de uniformiteitsdrang van de grote overkoepelende snoepgigant. Maar zouden we nu een Bros van toen aan onze kinderen voeren, dan spuugden ze hem subiet uit.

Mijn kinderen zullen later met weemoed terugdenken aan snoepgoed wat ze hun kinderen niet meer kunnen presenteren, net zoals ik denk dat snoep van toen met kleurstoffen die je sneller lieten lopen lekkerder was. Het zit tussen de oren mensen. Godzijdank is er echter één ding wat toen was, nu is en altijd zal blijven… die buttugly Mephisto schoenen. Niet uit te roeien.

(naar een blogsuggestie van Esther dus)

Rapunsel

Geplaatst onder Uncategorized op januari 26, 2012 door vandraeckensteijn

Rapunsel zat in een dikke vette toren. Metersdikke muren, opgetrokken uit de zwaarste stenen. Slechts een raam bovenin de toren liet toe dat ze op de wereld neerkeek. Mooi dat geen man, vrouw, prins of melkboer daar bij kwam. Het was niet de eerste keer dat ze in die stenen piemol zat. Dit was echter wel een hele bewuste keuze deze keer.  Rapunsel moest nadenken en daar had ze het gebrul en gejank van de hele hofhouding niet bij nodig. Ze had alle postduiven de nek omgedraaid en na het ledigen van de gebruikelijke booze de flessen niet voorzien van briefjes om ze in zee te smijten. Nee. Gewoon uit het raam keilen en hopen dajje nog iemand raakt die te dichtbij komt.

Haar haar naar beneden gooien om iemand in te laten klimmen? Fok dat. Gewoon extra antiklit shampoo erin. Mocht er een lok het raam uitwaaien, dan had een potentiele klimmerT lekker geen grip. Zo rolt Rapunsel soms. Niks mis mee.

Tot hier het sprookje. Toch was er tijdens dit soort self bunkered events altijd één lullebal die roet in het eten gooide. Den Draak. Mythisch beest. Beetje mieterig ook. Rapunsel hield van hem en hij van haar. En deze vuurspuwer wist zich altijd in die toren te wurmen. Dat doen draken. Was ook way to easy. Rapunsel had namelijk een stuk hart uit de draak gerukt en in de praktijk betekent dit dat onze moddervette gevleugelde vriend gewoon automatisch voor de helft in de toren zit. Zeg dan maar nee als ie aanklopt.

Dit keer vond Den Draeck echter dat hij Rapunsel een beetje armslag moest geven. Ze had die tijd nodig. Oefende haar lange afstandsroep. Dus flapte de gevleugelde kolos relaxed naar een nabijgelegen bergtop met riant uitzicht op de toren en zijn bewoonster. Hij bewaakte zijn kostbare schat zoals draken dat kunnen. Dag en nacht. Mocht de nood aan de vrouw zijn, dan kon hij met een tikje van zijn puntstaart het dak van de toren meppen zoals je een gekookt ei ontkapt.

Een geruststellende gedachte, vond hij zelf. Den Draeck brieste even tevreden en legde zijn kop op zijn voorpoten. Klaar voor de nacht.

Over #KAK gesproken

Geplaatst onder Uncategorized op januari 18, 2012 door vandraeckensteijn

WAARSCHUWING: het volgende blogstuk gaat over poep, poepen, kak en schijten. In de regel wordt dit nogal ranzig gevonden. Lezen op eigen risico dus. En ja, ik snijd dit onderwerp gewoon aan, verkeer niet in één of andere anale fase en helaas sta ik ook bekend om mijn niets verhullende ranzigheid. U kunt nu nog wegklikken… (dit is het “DO NOT PUSH THIS BUTTON” effect… ik weet het.. niet eerlijk).

#KAK
Één van de meeste gebruikte uitdrukkingen op twitter als er iets vet tegenzit of tegenvalt. Andere woorden om ongenoegen kracht bij te zetten zijn o.a. “Schijtzooi”, “Shit” en “Strontzooi”. Ergens in de historie hebben onze uitwerpselen een negatieve connotatie gekregen. We leren ons van jongs af aan te schamen voor onze faecaliën en willen het liefst niet geconfronteerd worden met uitwerpselen, noch de reuk ervan. Daarom hebben we geleerd om in schaamte ons af te zonderen als “we moeten” en er vooral niet over te praten. Ontlasting inleveren en/of bespreken bij de huisarts vinden we erger dan een geslachtsziekte aankaarten. Dat terwijl het vroeger zo anders was…

De oude Romeinen
In het beschaafde Rome van vroeger waren bad en toilethuizen een pleisterplaats voor gezelligheid. Dankzij dit soort sanitaire, gedeelde openbare voorzieningen, ging de volksgezondheid met sprongen vooruit. Een bezoek aan een poeplokaal was dan ook een sociale bezigheid. Men nam de tijd, zat naast elkaar lekker te ontlasten (nee daar zaten geen schotten tussen) en babbelde een eind weg. Goede zakendeals werden gesloten onder het poepen, families werden herenigd en de opluchting na het afvegen werd in vreugde gedeeld. En ergens… ergens ging het mis. Toen was het ineens “not done”.

Verbondenheid
In een Joop Klepzeiker album uit de jaren 90 wordt op olijke wijze uitgelegd: “Hé, jij bent zwart, ik ben blank, maar onze schijt heeft dezelfde kleur!!”. Klopt helemaal. Waar ook ter wereld, uit welke klasse of laag der bevolking ook.. iedereen moet hutten. Zelfs Miss World zit met haar verafgode lichaam eens in de 36 uur met een verwrongen kop een bruine worst het riool in te persen. Kent u die reclame nog, oudjes onder ons? “Koning, Keizer, Admiraal, Popla kennen ze allemaal”. Reclame voor pleepapier, afgeleid van “Koning, Keizer, Admiraal, poepen moeten ze allemaal.”

Wat als…
Okay. Poep dus. Maar stelt u zich nu eens voor, dat de schijthuiscultuur van de oude Romeinen gewoon doorbestaan had. Dan was er geen schaamte, geen taboe. Dan was het toilet in huis een plaats waar je met het hele gezin tegelijk terecht kon. Dan praatten we honderduit over stront. Met liefde en plezier. Wie kent het programma nog waarin Patty Brard haar gasten aan een heus kakonderzoek onderwierp? De gasten moesten in een zeef ontlasten en één of andere expert spoelde daarna ook nog even de darmen door. Alles werd onderzocht en hoera! Wat valt er een boel, zoniet ALLES af te lezen uit de kersverse productie.

Zit je dan. Op je tweede sollicitatiegesprek.. “Mijnheer Jansen, het verheugt ons u te kunnen meedelen dat uw faeces in orde zijn. U bent aangenomen.”. De samenstelling, kleur en geur hebben bepaald dat de heer Jansen een gebalanceerd eter is, aan sport doet en niet aan enge ziektes lijdt. De consistentie van het geheel doet vermoeden dat de heer Jansen tevens stressbestendig is. Simpel toch?

En dan begrip voor elkaar op de werkplek: “Waar is juffrouw Jannie?”. “Oh, die heb ik naar huis gestuurd. Ik zat naast haar met poepen en het spoot eruit. En je rook het ook! STRESS! Ja, ze ligt in scheiding het arme ding.” 

Kantoorefficiency zou ook met sprongen vooruit gaan. Gewoon vergaderen op het toilet. Lekker bappen en spijkers met koppen slaan. Dat scheelt tijd! Wat te denken van de Pampers Business Edition, voor alle heidesessies. Gewoon een tijdbesparend, geaccepteerd fenomeen.. Waarom ook niet? We eten toch al knijpyoghurt alsof we aan een memmeke hangen. Luiers zijn zo gek nog niet. “Gewoon doorrrrgaan”.

Nu denkt u natuurlijk: ranzige debiel. En die stank dan? Dat is het mooie.. het duurt misschien een generatie of twee, maar dan vinden we het gewoon niet meer stinken. Dan is de geur weer in ere herstelt en dient deze waarvoor ze in de oertijd al bedoeld was: “Wie ben jij?”. Sta je gewoon bij de bushalte het compleet normaal te vinden dat de man die net aan is komen lopen even aan je reet snuffelt. Nature’s universal handshake. We zijn toch maar beestjes he, aan het eind van de dag.

Hoera!
Hebt u ook wel eens zo heerlijk zitten kakken dat u het liefst juichen en springend de plee wil verlaten? Ja he? Net als honden. De vrolijkheid en opluchting spatten er vanaf wanneer er weer een lauwe bolus ligt te dampen op het grasveldje bij de kleuterschool. Deel die vreugde! Daar is Social Media voor! “Ik hoef niet te weten wanneer iemand naar de plee gaat..” ONZIN! Dat willen we wel weten! Met foto graag. En Foursquare incheck op het toilet. En beste schijttijd. Life is all about sharing!

Poep uit het verdomhoekje halen betekent “Shit!” roepen als het goed gaat. “Shit, we hebben de lotto gewonnen!!!”. Wacht eens even… dat roepen we nu al? Hoe zit dat? Zou de revolutie dan toch op gang gekomen zijn? Wie weet…

Met bruine groet,

Draeck.

 

Highway biohazard

Geplaatst onder Uncategorized op januari 12, 2012 door vandraeckensteijn

Voor mijn werk rijd ik ongeveer 50.000 km per jaar. Uiteraard maak je dan de nodig tussenstops langs ‘s lands snelwegen. Om koffie te drinken, een broodje te eten of om even te toileteren. Dat laatste is nogal een avontuur.

Mijn meest gereden route voert me over de A30. Daar heb je twee pompstations van BP tegenover elkaar. Op de heenweg stop ik bijna elke dag bij BP De Poel, op de terugweg dezelfde halt, maar dan aan de andere kant bij BP De Veenen. Ik ben er kind aan huis. Alles is er goed.. nee geweldig. De beste capuccino ever… superverse broodjes en werkelijk ongekend vriendelijk personeel. Bij De Poel ben ik sinds een tijd dan ook mayor op Foursquare. Naar de wc gaan bij beide BP’s is een genot. Spick en span zijn die. Net zo fris en schoon als thuis! Hell, het zijn de enige plees waar ik onderweg durf te gaan zitten voor een grote boodschap.

Als ik de kans krijg stop ik elders in het land ook het liefst bij een BP. Je weet gewoon dat de kans dat het sanitair in orde is groot is. Helaas ontkom ik er niet aan om ook bij andere pompen een toiletbezoek in te lassen. Wat je daar soms aantreft tart alle grenzen der waarschijnlijkheid. Texaco echter spant de kroon als het aankomt op vervuiling. En het gekke is… dat dit blijkbaar ook landelijk is. Gisteren was het weer raak.

Met hoge nood rijd ik de bewuste Texaco binnen. Met frisse tegenzin (het enige frisse aan dit gebeuren) loop ik om het gebouw heen.. De deur van het herentoilet doet aan de buitenkant al het ergste vermoeden. Verveloos, slecht sluitend en vol met grafitti. Dan het portaal. WC papier ligt op de grond in een plas onbestemd vocht. De pisbakken zien eruit alsof er een bende Cliniclowns net met geel-oranje confetti heeft gestrooid. Twee gapende, met poema vlekken getooide stukken beschadigd porcelein. De piemelrichtmatjes met voetbalgoaltjes staan rechtop dubbelgevouwen in het water.. peuken, kauwgom en schaamharen hangen tesamen feest te vieren in het vergeelde, eens witte doeltje. De spetters zitten tegen de zijkanten van de gehavende scheidingsschotten. Dan de doorspoelknop. Nat. Vies.

Een penetrante lucht van gemorste urine dringt diep mijn neus in. Onbeschrijflijk goor. Ammoniaklucht die ik ken van de boerderij. Uit de varkensstal wel te verstaan. Ik besluit om me maar op te sluiten op het gewone toilet aldaar. Daarvoor moet ik eerst langs een vrachtwagenchauffeur uit het oostblok, die zichzelf aan het wassen is voor de wasbak. Met een washand staat hij in zijn joggingbroek door zijn naad te raggen. Op de handdroger staat een deodorantstick. Er hangt een vod van een theedoek over het dichtstbijzijnde piesschot. “Die zal ook wel door de naad gaan..” denk ik nog.

Dan de deur opentrekken van het toilet. Zelfde drama. Een natte vloer. Een wc-rol houder met bruine smeltsleuven van sigaretten. Gaten met half uitstekende pluggen op de plek waar de vorige heeft gehangen. Dan de pot. Uit fatsoen wil ik de bril omhoogzetten maar die ziet eruit als een organisch kunstwerk. Bij gebrek aan wc-papier om het vette ding aan te pakken besluit ik toch maar om goed door de bril heen te mikken.

De aanblik in de pot is ook ontluisterend. Smerige bruine bonken die duidelijk moeite hebben om afscheid te nemen van het porcelein. Dat men de wc-borstel niet pakt snap ik. Die heeft zich namelijk vermomt als reuzen pindarots.

Plassen en niet kijken, adem inhouden. Met mijn elleboog de spoelknop indrukken. De gebroken tegeltjes… de vette voegen en de afgetrapte deur met grafitti in Edding aangebracht negeren… eruit!

Handen wassen! De chauffeur heeft inmiddels zijn cabine opgezocht en zal duidelijk opgelucht zijn geweest, getuige het groene souvenir wat zich lillend in de wasbakafvoer bevindt.

Hell. Natuurlijk is de zeep op.. beter gezegd.. je kunt je handen openhalen aan de afgebroken greep van de dispenser. Dan maar alleen water gebruiken. Naast de wasbak de handdroger. Daar komt een lauw briesje uit. Niet genoeg. Handen maar aan de jeans afvegen dan…

Het mooiste is dat er een lijstje hangt met een schoonmaakschema. Keurig afgevinkt! Volgens het rooster is het toilet een uur of twee voor mijn komst nog geïnspecteerd en gereinigd. De staat waarin alles verkeert wijst echter anders uit…

Helaas zijn 9 van de 10 Texacotoiletten waar ik kom er in meer of mindere mate zo aan toe. A bloody shame. Een toegepaste truuk onder avondmedewerkers is ook om de toiletdeuren op slot te draaien. Een paar keer heb ik al te horen gekregen: “het riool zit verstopt..”. Is me nog nooit bij een andere pomp overkomen.. toeval?

En weet je, Texaco… het gevolg is, dat als ik jullie stations kan vermijden, ik dat doe. Ook om te tanken. Het staat me tegen. Bah!

image

Sla je vleugels uit @beewee71!

Geplaatst onder Persoonlijk op januari 10, 2012 door vandraeckensteijn

Bart heet hij. Mijn kameraad. Hij gaat een wereldreis maken. Van het kaliber “jongensdroom” (of meisjesdroom). Zo’n reis die we ons in onze jeugd voornemen ooit te maken, die echter nooit plaatsvindt. Tijd en geen geld maken plaats voor geen tijd en eventueel geld. Het blijft voor velen bij die droom…

Bart zijn droom zien waarmaken is bijzonder. Hij laat voor een flink aantal weken huis, haard, familie en vrienden achter. Waarom? Omdat dat even moet. Omdat het kan. Bart is iemand die die topfunctie had bij die ene multinational, waar iedereen tegenop kijkt. De baan die door menigeen als droombaan en ultieme ambitie betiteld wordt. Hij beklom die steile berg. Bereikte die top.. om op het hoogste punt tot de ontdekking te komen, dat de weg vanaf de top gewoon naar beneden gaat. Wie na het bereiken van de top zijn level wil bewaren, moet leren vliegen.

Bart heeft het allemaal gezien, gedaan en meegemaakt. Heeft een punt in zijn leven bereikt waarop hij voor de keuze staat: zich laten meevoeren op het geasfalteerde pad om het oerwoud heen of de machete ter hand nemen en zich al zwetend een eigen weg banen door de jungle. Hij koos het laatste. Ingegeven door het moment… de beschikking over tijd en een leuke vertrekpremie maakten dat dit ogenschijnlijk drieste plan ten uitvoer kon worden gebracht. Een wereldreis… maar vooral een queste. Een zoektocht naar nog niet eerder blootgelegde elementen in zichzelf. Een archeologische trip diep zijn innerlijk in, om onder stof begraven herinneringen uit te graven. Deuren en poorten open zetten om meer zicht vooruit en achteruit te krijgen. Nieuwe mensen binnenlaten. Oude mensen een vaste verblijfplaats geven. Spoken, hinderpalen en kwelgeesten de deur uit trappen. Noem het vakantie. Dat is de makkelijkste titel. Ik weet beter.

Bedenk dat hij deze reis solo onderneemt. Plaatsen bezoekt overal ter wereld, waar hij verstoken zal zijn van moderne communicatiemiddelen. Vakantie is iets wat je in vreugde deelt met je reisgenoten, of met het thuisfront. Er zullen veel momenten komen dat er  tranen over zijn wangen zullen rollen, omdat hij het ongelooflijke moois wat hij ziet of meemaakt niet kan delen. Momenten waarop de misère die zich ontvouwt door hem alleen het hoofd geboden moet worden. Geen hulp. In een goed telefoongesprek met Bart kwamen we tot de conclusie dat het onmogelijk is dat we dezelfde Bart terugkrijgen die we hebben uitgezwaaid. Daarvoor ken ik Bart goed genoeg.

Het is nodig. Nu. Als je op je kinderen na alles al eens verloor, zekerheden als zand door de vingers hebt zien lopen, geplaagd wordt door twijfel en hartezeer en duidelijk aan de vooravond staat van een nieuwe, spirituelere fase van je leven, dan moet je je vleugels uitslaan.

Wishing you an incredible journey my friend. Come whatever may.

Luvya,

Jan

Kantoorpleeleed

Geplaatst onder Eten & Drinken, Niet door de beugel, Persoonlijk op januari 9, 2012 door vandraeckensteijn

Collega heeft gisteren gechineesd
De sporen in de pot
Bewijzen dat hij het is geweest
Van binnen totaal verrot

Luchtverfrisser biedt geen soelaas
De pleeborstel liet hij ongemoeid
Stank is hier de baas
Het porcelein is verknoeid

WC papier door hem opgemaakt
Hij zal het nodig hebben gehad
Is vast in paniek geraakt
Zonder papier en nog poep aan zijn gat

Het behoeft geen verder betoog
Ik moet nu nodig plassen
Dus til ik de nog warme bril omhoog
In plaats van naar een ander toilet verkassen

Bedenkt me tijdens het urineren
Wie ik aansprakelijk ga stellen
Zal ik de poeper gaan beleren
Of dat gore Wokpaleis gaan bellen

Kantoorleed…

Erosie

Geplaatst onder Uncategorized op januari 8, 2012 door vandraeckensteijn

Vanuit het Noorden stroomde een beekje. Een lieflijk stroompje, meanderend door het landschap. Het zocht haar eigen weg. Mensen op de route van het beekje waren blij met het water. Voor ieder wat wils.. voor de één verfrissend.. voor de ander dorst lessend.. voor weer iemand spiegelend en voor een ander iemand een heerlijk bad.

Het beekje was op weg naar het zuiden. De natuur dreef haar daartoe, in het zuiden zou de beek zich voegen bij het daar aanwezige water. Water trekt water aan… En deze wateren hoorden nou eenmaal bij elkaar. Toen was daar in het zuiden, net voor de eindbestemming, een vrekkige boer.

Het verbitterde boertje was klaar met zoetwater wat maar kwam binnenstromen over zijn met prikkeldraad omheinde streepje grond. Er moest een dam komen. Die bouwde hij. Zo’n grote dam, dat hij er een God complex van kreeg. Elke dag stond hij boven op de dam de beek uit te lachen. Hij keek toe hoe de beek verwoede pogingen ondernam om over de dam te komen. De beek klotste er uit alle macht tegenaan. Naar haar watertje wilde de beek. Niets meer, niets minder. Eén worden met de moleculen van dezelfde soort.

Het boertje stond zijn gal te spugen in het water wat onder tegen zijn dam aanbeukte. Lachte hoogmoedig. Niet wetende, dat er zoiets als erosie bestaat. Daar was hij ook te dom voor, om dat te bevatten. Ook was hij te dom om in te zien, dat puur water zich door niets laat tegenhouden. Water kan je grootste vriend zijn, maar ook je ergste vijand.

Het begon met de uitholling van één steen in de dam. De erosie had ingezet. De steen werd hol en spoelde weg. De daaropvolgende steen wachtte hetzelfde lot. En die daarop volgend ook. De beek had meer geduld dan de blinde boer. De man keek maar zag niet. Hij had niet in de gaten hoe steen voor steen zijn basis afbrokkelde.

Pas toen hij achter zich het klotsen van de eerste stroom doorgebroken water hoorde, realiseerde hij zich dat er een damdoorbraak was. Toen was het te laat voor hem. Als een kaartenhuis stortte zijn met boosheid en haat gebouwde dam in onder zijn klompen. Water werd zijn deel. Hij werd meegetrokken door het beekje, wat aanzwelde tot een rivier, die vrolijk en bruisend haar weg vervolgde op weg naar het andere water.

Noordelijk en zuidelijk water voegden zich samen zoals de natuur het bedoeld had.

Ham op de bami

Geplaatst onder Eten & Drinken, Niet door de beugel op januari 7, 2012 door vandraeckensteijn

Er bestaan voor mij nog altijd mysteries rondom bepaalde eettradities. Zo vraag ik me nog steeds af hoe het kan dat het universele recept voor frikandel speciaal ontstaan is. Back in the old days kon je nog wel eens overvallen worden met een frikandel zonder spleet, met mayonaise, ketchup en uitjes. Iedereen zal nu lopen gillen: gatver! Er had natuurlijk een goddelijk diepe spelonk in die kadaverstaaf moeten zitten. Meegefrituurd. Achteraf inkerven betekent de doodstraf. En in die hete spleet dumpen we dan curry, mayo en uitjes. Mijn vrouw wil zelfs dat de snackbarpipo de uitjes IN de spleet aanstampt. De arme man kreeg ooit een briefje met bestelling van me overhandigd en schoot in de lach. Ik kreeg mijn zak snacks mee, met briefje. In de auto las ik: “Frikandel speciaal, met de GOEDE curry en de uien IN de spleet. Zo hoort dat. Maar hoe is dit standard issue geworden, nationwide? Een mysterie.

Unformiteit
De afhaalchinees in Nederland houdt er van Groningen tot Maastricht een identieke policy op na. De ChinIndRest keuken is natuurlijk al aangepast op de Nederlandse smaak. Het gekke is dat juist bij de Chinees er geen uniformiteit zou moeten zijn. De dochter van de afhaalchinees hier een straat verder vertelde me ooit dat er een soort erecode is onder Chinese restaurants: nooit in elkaars restaurant eten. Want dat valt onder spionage. Nou, al lig je daar als James Bond op de loer, je zult er niets nieuws aantreffen. Eén pot nat.

Bami-bultrug-bak
Nat. Het bruggetje naar de bami. Wij Nederlanders, tuk op waar voor ons geld, waarderen de afhaalchinees vooral om de bult op de bak. Het hoeft niet echt lekker te zijn. Als je maar 3 dagen met 4 man kunt eten van een 2 persoons portie. Het doorzichtige deksel op de witte bak moet bol staan! En nou komt het…. WAAROM gooit elke chinees alleen bovenop de BAMI altijd een vierkante plak roze schouderham? En een lillend gestoomd goor ei, met de uitstraling van een blinde cycloop. Waarom? Wie van jullie koopt er nog van die gore vierkante schouderham? Van die met gelei en bindmiddel aan elkaar geperste, gekookte brokken varkensvlees, te zout en vol met kleurstof om de roze gloed te waarborgen… Niemand toch? Die ham staat volgens mij overal te boek als minderwaardig broodbeleg.

Dan kom je thuis, mag het vetvrije papier om de bak weg… en dan de troosteloze aanblik: een bijna ontploffende plastic bak, met een doorzichtig deksel welke bol staat. Zweetdruppels hangen aan de binnenkant van het venster. En de bami is NOG NET te zien. Deze wordt aan het zicht ontrokken door een grote, vierkante roze plak. Zweterig broodbeleg. De diverse aan elkaar geplakte hamsegmenten tekenen zich door de warmte duidelijker af dan anders. Net een roze puzzel. De gelei die de boel bij elkaar houdt, is door de warmte inmiddels aan het smelten en wordt doorzichtig. Wie van jullie rukt de bak open en graait gretig die plak eraf? Heb je die wel eens gegeten. Lauw lillend vlees wat over je tong glibbert? Zout? Sterker nog: de meeste mensen die ik ken, pakken een vork of een mes en wippen het drabbige plakje zo snel mogelijk de bak uit, zonder hem aan te hoeven raken. De bovenste laag bami glimt dan ook gevaarlijk van al het afdruipsel.

Toveren met een eitje
En dan dat voornoemde ei. Minstens zo glibberig als die ham. Smakeloos. Springt zo van je bord af. Meestal eindigt dat ei op voorhand in de hondenbak. Zou jij het erg vinden als de bami de volgende keer naturel aangeleverd wordt? Nu komt the creepy part of it all: JA! JA! dat vinden wij ERG! Bami zonder die troosteloze topping is geen afhaalbami! Snap je het nog? Ik niet. En ja, ook ik ben over de zeik als de Chinees zegt: “Sorry.. hier is de bestelling.. ham was op…”
Dan denk je toch: godverdegodver en mijn korting dan? En dat ei zonder die ham ziet er ook maar uit als een weesje.

Kortom: alle Chinezen in Nederland mikken ham en ei op de bami. Wij willen dat. Wij verwachten dat. En massaal verdwijnt die ham met zijn eitje in de kliko. Of in de hondenbak. En ben jij die ene Nederlander die nu schaamtevol denkt: “Maar ik eet dat als eerste op…” dan zou ik adviseren om dit niet aan de grote klok te hangen.

Smakelijk eten.

Wordfeud

Geplaatst onder Uncategorized op januari 7, 2012 door vandraeckensteijn

Ik wil graag even delen wat ik nou zo gaaf vind aan Wordfeud:

Contrast

Geplaatst onder Uncategorized op januari 6, 2012 door vandraeckensteijn

Mijn Android telefoon kondigt een sms aan met een groen tekstballonnetje met een smiley. Vrolijk staat het icoontje me toe te lachen in de bovenbalk van het beeld.

Helaas staat de vrolijke aankondiging in schril contrast met sommige boodschappen die eronder schuil gaan.

Zojuist las ik een doorgestuurde sms van iemand waar ik veel van hou die op dit moment kapot gemaakt wordt door een niet nader te noemen persoon.

Onmacht. Ik weet de naam van de terrorist. Ik weet waar hij woont. Ik weet zijn gsm nummer. Er is maar één reden om me in te houden. Degene wiens leven men kapot probeert te maken is sterk en speelt alles zo eerlijk mogelijk. Interventie zou de situatie geen goed doen.

In mijn dromen heb ik de betreffende belager, de terreurzaaier, helemaal voor mezelf in een boerenschuurtje, ergens midden in de weilanden. In een onbevolkt gebied.

Hey.. en dromen staat vrij.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 31 other followers