Erosie
Vanuit het Noorden stroomde een beekje. Een lieflijk stroompje, meanderend door het landschap. Het zocht haar eigen weg. Mensen op de route van het beekje waren blij met het water. Voor ieder wat wils.. voor de één verfrissend.. voor de ander dorst lessend.. voor weer iemand spiegelend en voor een ander iemand een heerlijk bad.
Het beekje was op weg naar het zuiden. De natuur dreef haar daartoe, in het zuiden zou de beek zich voegen bij het daar aanwezige water. Water trekt water aan… En deze wateren hoorden nou eenmaal bij elkaar. Toen was daar in het zuiden, net voor de eindbestemming, een vrekkige boer.
Het verbitterde boertje was klaar met zoetwater wat maar kwam binnenstromen over zijn met prikkeldraad omheinde streepje grond. Er moest een dam komen. Die bouwde hij. Zo’n grote dam, dat hij er een God complex van kreeg. Elke dag stond hij boven op de dam de beek uit te lachen. Hij keek toe hoe de beek verwoede pogingen ondernam om over de dam te komen. De beek klotste er uit alle macht tegenaan. Naar haar watertje wilde de beek. Niets meer, niets minder. Eén worden met de moleculen van dezelfde soort.
Het boertje stond zijn gal te spugen in het water wat onder tegen zijn dam aanbeukte. Lachte hoogmoedig. Niet wetende, dat er zoiets als erosie bestaat. Daar was hij ook te dom voor, om dat te bevatten. Ook was hij te dom om in te zien, dat puur water zich door niets laat tegenhouden. Water kan je grootste vriend zijn, maar ook je ergste vijand.
Het begon met de uitholling van één steen in de dam. De erosie had ingezet. De steen werd hol en spoelde weg. De daaropvolgende steen wachtte hetzelfde lot. En die daarop volgend ook. De beek had meer geduld dan de blinde boer. De man keek maar zag niet. Hij had niet in de gaten hoe steen voor steen zijn basis afbrokkelde.
Pas toen hij achter zich het klotsen van de eerste stroom doorgebroken water hoorde, realiseerde hij zich dat er een damdoorbraak was. Toen was het te laat voor hem. Als een kaartenhuis stortte zijn met boosheid en haat gebouwde dam in onder zijn klompen. Water werd zijn deel. Hij werd meegetrokken door het beekje, wat aanzwelde tot een rivier, die vrolijk en bruisend haar weg vervolgde op weg naar het andere water.
Noordelijk en zuidelijk water voegden zich samen zoals de natuur het bedoeld had.
