Archive for the Mijn jeugd Category

De Moeder. Dag.

Posted in Goud van oud, Mijn jeugd, Niet door de beugel, Uncategorized with tags on mei 2, 2016 by vandraeckensteijn

Het is bijna moederdag. De commercie probeert kinderen en hun vaders in haar grip te krijgen, met allerhande moederdag cadeautips. Schaamteloos soms, als je ziet welke bedragen daar mee gemoeid gaan. “Maak mama blij met een iPad!”. Tenzij het kind in kwestie al op de peuterspeelzaal is begonnen met drugs dealen, is dit toch een volledig onbetaalbaar item? Net zoals de vele witgoed aanbiedingen in het kader van moederdag? Natuurlijk, de vader des huizes moet de portemonnee trekken, dat snap ik ook wel. Maar als je dan toch pecunia over de balk smijt, dan toch niet aan rolbevestigend witgoed?

 

Electronica voor haar
Gelukkig is er mail van de grootste electronica website van Nederland, daar waar mannen zich thuis voelen. Variërend van betaalbaar tot net niet meer betaalbaar (voor papa) komen de moederdagtips van de techneuten voorbij. Ik denk nog bij mezelf: “Hehe, als er iets afwijkt van dat rolbevestigende patroon, dan is het wel een cadeau voor moeder uit deze echte mannenwereld!”. Dat idee laat ik al snel varen. Onder de aanbiedingen bevinden zich naast electrische haarborstels, haardrogers, stofzuigers en kruimeldieven ook parkeersensoren en achteruitrijdcamera’s. Daar gaan we weer. Vrouwen doen de huishouding en kunnen niet rijden. Bam.

 

Generatie ZGA
Daar behoor ik met mijn 46 jaren toe. Generatie Zelf Gekleide Asbak. Ook wel Generatie Zelf Geknutselde Koffiefilterhouder. Toegegeven. Het waren de jaren 70 en “we wisten toen niet beter”. Je kleide gewoon een asbak met bijpassende aanstekerhouder, of, als je tijd over had, een lucifersdoosjesstandaard. Liefst een handafdruk van je kinderklauwtje in de klei, deze uitsnijden en dan zorgvuldig bovenop de hand een mooie rand opbouwen die de asbak vormt. Het pièce de resistance was zonder twijfel het inkepinkje wat je dan mocht maken, waar mama haar sigaret in kon leggen, als ze even niet rookte. (Wat natuurlijk gelul was, iedere moeder stak in die dagen de ene sigaret met de andere aan en een peuk laten balanceren op dat dunne ingekeepte randje was onmogelijk, vanwege alle sherry die reeds de huig gepasseerd had.). Bottom line: mama rookte en dronk koffie, afgewisseld met een goed glas sherry. Asbak en filterhouder dus. Dezelfde die je maakte voor vaderdag.

shutterstock_106451462

Geen discriminatie en betaalbaar ook nog
Als kind hielpen we dus mee om onze verslaafde ouders een beetje te ondersteunen met zelfgemaakte faciliterende middelen. Daar werd niet gekeken naar rollenpatronen. Daar werden geen bedragen van honderden guldens uitgetrokken om deze dag tot een succes te maken. Een zelfgeplukt veldboeket (voornoemde electronica gigant heeft het in zijn mail over een bosje gratis Solar Powered LED Tulpen bij iedere moederdagbestelling), een asbak, een koffiefilterhouder. Een dienblad met een lauw Danone croissantje, knakworst in het midden en een bakje roerei. Dit alles weg te spoelen met een borrelglas zelfgeperst sinaasappelsap en klaar met de toestand. Strijkplanken, wasmachines, televisies en andere spullen voor de huishouding werden aangeschaft wanneer het nodig was. Achteruitrijdcamera’s of parkeersensoren hadden we ook niet voor moeder. Op de Kever 1302 zat aan de voor- EN achterkant een groot chromen ding met de naam “bumper”. What’s in a name.

Voor Erik ter Heege

Posted in Mijn jeugd, Persoonlijk with tags , , , on december 17, 2015 by vandraeckensteijn

Trouwe lezers van mijn blog weten dat ik af en toe een blog plaats ter ere van mensen die in mijn jeugd overleden zijn. Mensen die ver voor het internettijdperk en te vroeg zijn heengegaan. De reden dat ik dat doe, is om hen voor eeuwig een plaats wil geven op het wereldwijde web.

Voor velen zijn deze mensen al lang niet meer in gedachten. Ze leven slechts voort in de herinneringen en verhalen van familie en oude vrienden. Ik vind het een mooi gegeven dat wanneer iemand ooit de naam van die persoon in Google invoert, tegen beter weten in, een in memoriam gepresenteerd krijgt.

Erik (Eric) ter Heege verdient zo’n digitaal gedenkteken.

In mijn lagere school tijd in de jaren 70, in Ruurlo, zat Erik ter Heege in mijn klas. Een lange jongen voor zijn leeftijd. Een grote bos rode krullen. Sproeten. Bleke huid.. Erik had sinds zijn geboorte al hartklachten. Vol trots liet hij ons af en toe zijn litteken zien, een souvenir aan een hartoperatie.

Kalm aan moest hij doen. Erik wist waarschijnlijk dat hij niet oud zou worden, ergens in zijn onderbewustzijn. Hij bruiste en ging harder dan wie dan ook. Een super vrolijke jongen met een passie. Voetbal! Hij liep de benen onder zijn lijf vandaan, bij V.V. Ruurlo. Zwarte broek en gele trui, dat zijn de Ruurlo lui!

Ergens midden jaren 70 stond meester Lovink voor onze klas en vertelde met gebroken stem dat Erik ingestort was op het voetbalveld. Hartfalen. Reanimatie mocht niet meer baten. In het harnas gestorven.

Dit blog is voor Erik ter Heege. Voor zijn familie. Zijn vrienden van toen. We zijn hem niet vergeten en nu is het aan Google om hem voor altijd vindbaar te maken.

Aan iedereen die dit leest: hele fijne feestdagen en een gezond 2016. Heb elkaar lief want er zijn is niet vanzelfsprekend.

Jan.

Het Wokkel complot

Posted in Eten & Drinken, Mijn jeugd, Niet door de beugel with tags , , , , on juni 30, 2014 by vandraeckensteijn

Kinderfeestjes. Daar hoort een uitdeelzakje Chips bij. Vroeger kocht je die per soort in een uitdeeldoos. Tegenwoordig in een mixzak.. en daar zit mijns inziens een smerig truukje achter.

In de Chipsevolutie zou de Wokkel het niet overleefd moeten hebben. Dit van aardappelpap geperste zoutje was vroeger een tractatie bij gebrek aan beter, maar tegenwoordig niet meer dan een vies, taai, droog en onbestemd stukje samengekoekt zetmeel.

Bij de supermarkt krijg ik de indruk dat de familiezakken met Wokkels al jaren roerloos op dezelfde plaats staan. Toch moet de fabrikant van die silo met pap af, die als sinds 1978 staat te broeien. Dus: Wokkels persen. De omzet zal ongetwijfeld zo tegenvallen, dat men in 2050 de in 1978 gemaakte matrijskosten nog niet heeft terug verdiend. (note: een matrijs is een vorm waar onder druk de pap doorheen geperst wordt. Door de druk en de vorm van de matrijs krijgt de Wokkel zijn natuurlijke draai. Extrusie, zo heet dit proces).

De oplossing: mensen die uitdeelzakjes met lekkere naturel en paprika chips willen kopen, zadelt men op met een verplicht nummertje aan Wokkels (en vieze mini Hamka’s en Nibits).

Is er hier één ouder die durft te beweren dat er kinderen op een feestje als eerste naar die Wokkels grijpen? Mijn ervaring is dat na een graaibeurt het per ongeluk gepakte zakje Wokkels snel terug gegooid wordt! Random uitdelen? Je ziet het Wokkelkind denken: die papa haat mij.

Zo zit ik dus wederom met een restantzak met Wokkels, Hamka’s en Nibits. Chips uit mijn jeugd, waar ik toen al klachten over had.

De vorm is inderdaad goed om met een draaiende beweging tussen twee pruillippen door te schroeven.

Wokkels. Weg ermee!

20140630-222545.jpg

Mijn ultieme gitaarsolo

Posted in Mijn jeugd, Muziek, Persoonlijk on september 6, 2013 by vandraeckensteijn

Voor er verder gelezen wordt: dit is een muziekblogje. Redelijk uitzonderlijk, ik ben namelijk niet van de muziekblogjes. De reden dat ik een uitzondering maak is dat ik een afspraak heb met Fred Händl om over mijn “ultieme gitaarsolo” te bloggen. Fred, begenadigd componist, musicus en schrijver, daagde me uit om elkaar een blogopdracht te geven. Mijn opdracht aan hem was om over “mensen kijken op een terras” te bloggen. Dat deed hij, de link naar zijn “schrijfsel” staat onderaan deze pagina. De opdracht die terug kwam: “blog over jouw ultieme gitaarsolo”. Paniek. In een berichtje schreef ik terug hoe moeilijk ik dat vond. Wetende dat ik niet muzikaal ben, antwoordde Fred dat hij wel een andere opdracht zou verzinnen. Dat ging me te ver… Het is niet zo dat ik geen inspiratie heb, in tegendeel. Ik wist meteen welke gitaarsolo ik wilde bespreken. De moeilijkheid zit hem in iets heel anders…

Door klanken geraakt
Muziek kan me ontroeren. Soms met reden, soms zonder reden. Spontane tranen wellen regelmatig op bij het horen van muziek, zo ook toen ik voor het eerst deze gitaarsolo beluisterde. Het raakte me, het kwam binnen en het was heerlijk om op te gaan in het auditieve geweld. Het probleem is echter dat wanneer je met de billen bloot gaat en mensen een kijkje geeft in je ziel, door aan te geven wanneer je moet huilen van muziek, dat toch een beetje lijkt alsof je met publiek erbij zit te poepen. Muziek is zo persoonlijk en mijn muzieksmaak ook niet echt alledaags. De lezer cq luisteraar zou de indruk kunnen krijgen dat ik waarschijnlijk al huil om andermans gestoten teen. Kortom: enkelen onder de lezers zullen, na het beluisteren van de eerste klanken van dit nummer, waarschijnlijk getergd YouTube wegklikken en denken: “die Draeck spoort niet joh…”. Het zij zo.

Damn Yankees
Als oude heavy metal en hard rock fan struin ik regelmatig YouTube af, op zoek naar oude nummers. Eén van mijn favoriete bands uit “the old days” is Damn Yankees. Frontman Ted Nugent is in mijn optiek een machtige gitaarvirtuoos. Mijn oog viel een tijd geleden op een uitvoering van hun hit “Come Again”, een live versie uit 1993. Vanaf het allereerste moment greep het me aan. Het is de combinatie van beeld en geluid die het hem doet.

Ted ziet eruit alsof hij zo uit de laadbak van een houthakkers pickup truck gesprongen is. De combinatie van zijn rauwe, bebaarde kop en pretentieloze kledij geven hem de uitstraling van een oude grizzly beer. Zijn enorme gestalte laat de gitaar die hij bespeelt overkomen als een klein speelgoedgitaartje. Het nummer duurt lang en kent een aantal solo’s van Ted, allemaal even gepassioneerd gespeeld. Wat voor mij het feest compleet maakt, is de mimiek in zijn gezicht. Dat raakt me zo ongelooflijk, als iemand zo opgaat in zijn gitaarspel. Het lijkt wel of hij zijn gitaar wil meehelpen door met zijn mond de klanken te vormen. Ted is niet meer bezig met de zaal, niet met de band, niet met zichzelf. Hij speelt alsof hij bestuurd wordt. Door wie, dat mag je zelf invullen.

Geniet even mee. Damn Yankees. Come Again.

P.S. het blog van Fred Händl naar aanleiding van mijn opdracht om over mensen kijken op een terras te schrijven, vind je hier.

What happens on ebay does not stay on ebay

Posted in Goud van oud, Merken, Mijn jeugd, Persoonlijk on februari 26, 2013 by vandraeckensteijn

Ebay. Jaren niks mee gedaan en ineens vol in the picture bij mij. De reden: ik begin verslingerd te raken aan het terugkopen van mijn jeugd. Gadgetfreak vanaf het moment dat ik op knopjes kon drukken, heb ik in de decennia dat ik besta veel electronica de revue zien passeren. De meeste gadgets gingen weer van de hand om er een ander een plezier mee te doen, kapot gingen ze bijna nooit, daarvoor was ik te zuinig op mijn spulletjes.

Bandai: Zaxxon

Had ik sommige dingen maar bewaard. Dan had ik nu niet koortsachtig ebay afgeschuimd op zoek naar vintage toys and electronics. Wat een feest der herkenning zeg! Het grote probleem doet zich nu voor: meebieden is zeer makkelijk en heel verleidelijk. Facebookvrienden herinneren zich de Cylon pop (Galactica 1) nog wel, die ik “won” op ebay, waarna ik even het boetekleed moest aantrekken van mevrouw Van Draeckensteijn. Openlijk bekend dus op Facebook dat ik een ietwat nerdy aanschaf had gedaan.. het gevolg: bijval op Facebook van de dames, die de aankoop van het chromen boosdoenertje maar stom vonden en een hause aan “vet”, “gaaf”, “cool” en “waar te koop” reacties van de heren onder mijn Facebookvrienden.

Boys will be boys dus. Ik probeer de ellende te beperken door als ik bied, mezelf in te houden. De “Buy now” optie probeer ik zoveel mogelijk te vermijden. Ik voel me als een vrouw in een volgeladen schoenenzaak. Soms biedt je een klein bedrag op een artikel en vergeet je dat je geboden hebt en wordt je blij verrast met een melding dat je voor dat bedragje iets super cools gewonnen hebt… (zo ploft er vandaag een retro LCD spel van Nintendo op de deurmat van Donkey Kong, double screen) en heb ik voor € 9,- een totaal onzinnige portable lasershow in China gekocht. Alibi voor die laatste: “Die kan mooi in de Mazda RX7 ingebouwd worden”. Ik moet stoppen met dat soort aanschaffen. Het is crisis tenslotte en als mevrouw Van Draeckensteijn zou zeggen niet blij te zijn met dit soort verrassinkjes, dan snap ik haar ook prima.

Nu het grootste dilemma: ik ben overboden op een horloge. HET horloge. Een Casio Game & Watch horloge met ingebouwd computerspel. Ik had exact dezelfde in 1985 en het ding is zoek geraakt. Op zolder ligt nog een hologram ergens, die ik van het ding heb laten maken op Space ’86. Uitgerekend DIT model is “ultra rare”. Er gingen er drie aan mijn neus voorbij op ebay de afgelopen maanden. Nu is er eentje in perfecte staat te koop, maar de kans is groot dat de prijs opgedreven wordt tot $ 250,- tot $ 300,-…. Wat te doen? Ik heb het er thuis al over gehad en samen kwamen we tot de conclusie dat technisch gezien het klokje dat geld niet waard is. Maar het gaat om emotionele waarde, om sentiment. Ik lig er wakker van zelfs. Geobsedeerd door een stom stuk electronica uit vervlogen tijden.

De veiling loopt nog 1 dag. Nu al weet ik dat als ik zonder mee te bieden het moment laat passeren, ik spijt ga krijgen. Het bedrag verantwoorden is onmogelijk en soms denk ik bij mezelf: je lijkt wel gek om zoveel geld op te hoesten voor zoiets onzinnigs.

Aan de andere kant: ik rook. Als we het hebben over geld over de balk smijten voor iets onzinnigs, dan hebben we denk ik de moeder aller onzinnigheden wel te pakken. Het idee om te stoppen met roken en als beloning dat zeldzame horloge aan te schaffen begint inmiddels handen en voeten te krijgen. Vanavond maar eens met mevrouw Van Draeckensteijn overleggen…

“Jemjemjem”

Posted in Eten & Drinken, Goud van oud, Merken, Mijn jeugd, Persoonlijk with tags , , , on januari 13, 2013 by vandraeckensteijn

Televisie kijken is dankzij twitter weer een “sociale bezigheid”. Met gebruikmaking van de bij een bepaald tv programma horende # (hashtag), wordt er driftig commentaar gegeven door hele hordes mensen op twitter, terwijl thuis de televisie staat te loeien. On the fly commentaar op uitspraken, situaties, kleding.. iedereen praat driftig door elkaar en mee. We zijn ook in staat om EN het programma te volgen EN in de gaten te houden wat onze vrienden op social media er van vinden.

Kop houden en tv kijken!

Dat had ik vroeger eens moeten proberen. Had mijn vader er al een probleem mee dat je door een tv programma heen praatte, zijn moeder was nog veel erger. Oma zat IN de tv. Wie zijn klep opentrok, werd afgeblaft. Dat liet je wel uit je hoofd dus. En toch.. ik genoot van tv avonden bij oma thuis. Het fanatisme waarmee ze haar favoriete programma’s keek en zelf het commentaar erbij verzorgde (ja, zelf mocht ze er wel doorheen lullen. Oma was een soort eindbaas), was aandoenlijk en vermakelijk. Van een afstandje keek ik naar oma, met een half oog het programma volgend. Zo had ze haar favorieten: Ron Brandsteder (volgens haar een fijne lieve man), Andre van Duin (die vast en zeker gepest werd in zijn jeugd), Piet Bambergen (volgens oma moest die man in het echt ook zo zijn) en de toppers Johnny en Rijk. Zat je dan, in de met tierelantijntjes gedecoreerde huiskamer van oma, zijzelf in haar luxe stoel met art deco krullen, voetjes op een voetenbankje met een gehaakt kleedje en.. de borrel binnen handbereik. Als John Kraaijkamp Sr. het beeld sierde ging de tv harder. Oma genoot en wij genoten mee. Owee als je er tussendoor sprak. “En nou allemaal de kop dicht!”. Dat was een waarschuwing die zelfs mijn vader ten deel viel. Die protesteerde nog wel eens als hij zo werd toegesproken, maar kreeg de nekslag waar wij bij zaten, met een ferm “ja en ik ben je moeder.. nou jij weer..”

John Kraaijkamp Sr.

Daar ga ik het even over hebben. Van alle Nederlandse sterren uit die tijd, liep hij als een rode lijn overal doorheen. Mijn vader en ik hadden, net als oma, “een dingetje” met hem. Pa betitelde de humor van John als “typisch Amsterdams” en we genoten er samen van. Niet alleen van de vele tv optredens, ook van de liedjes (op youtube staan een paar hele mooie) en in het bijzonder van de televisiereclames waarin hij schitterde. We waren een reclamenest thuis en hadden op veel commercials wel wat aan te merken. De juweeltjes onder de reclames werden echter op het puntje van de bank gevolgd. Reclames met John in de hoofdrol waren favoriet! We genoten van die ondeugende kop van hem, nog voordat hij een woord gezegd had. Als ik nu zou beginnen te zingen “C en Aaaaa…” dan vullen de ouderen onder de lezers dit automatisch aan met “..is toch voordeeeeliger!”. Stonden ze, op het dak van de C&A, John en Rijk. We genoten er met volle teugen van. De allerbeste reclame met John in de hoofdrol vond ik zelf die van Volnij melk. Volnij, een afkorting van De Volharding Nijkerk. De melkfabriek uit het gereserveerde Nijkerk maakte uitgerekend gebruik van de grootste humoristische boef uit die dagen. Briljant. Situaties waarin John al melkdrinkend voorbij kwam, druk pratend en trots op de houdbare melk die hij als overlevingspakket bij zich had. De uitsmijter was elke keer het geluid wat hij maakte na het drinken van de melk… “Jemjemjem”. Mijn vader en ik dreven mijn moeder en zus tot waanzin aan de ontbijttafel, door na elke slok melk te gaan zitten “jemjemjemmen”.

Het toeval wil dat ik in Nijkerk werk, inmiddels al een jaar of vijf. De reclames van Volnij waren, zoals zoveel herinneringen, gearchiveerd onder het kopje “vroeger”, ergens in mijn hoofd. Tot ik via social media in contact kwam met Sanne, de dochter van John. Ik realiseerde me, na het zien van lieve foto’s van haar en haar papa, dat John naast een publieke held vooral ook haar held was. Gewoon een lieve vader. Eentje die stevig gemist wordt. Daarom, Sanne, is dit blogstuk voor jou. Mijn kleine bijdrage aan een herinnering aan die veelzijdige kerel, met zijn grappen, grollen en gevoeligheid.

Ik betrap mezelf er op dat ik sinds kort, bij het passeren van het bord “Nijkerk”, even “jemjemjem” doe. For old times sake.

XXX

Draeck

Eigenwijze lummel

Posted in Mijn jeugd, Persoonlijk on oktober 13, 2012 by vandraeckensteijn

Jouw woorden. Jouw standaard reactie op alle acties, reacties, ideeën en visies die ik ontplooide. Gek hè? Je was zelf een eigenwijze lummel, de appel viel niet ver van de boom. En wat voor mij gold, was zeker ook op jou van toepassing, pa. Was je maar niet zo’n eigenwijze lummel geweest. Had je maar niet op alle “hoe gaat het met je?” vragen geantwoord: “Goeeeed…”. Had je maar geluisterd als we je vroegen of je alsjeblieft mee wilde werken aan je ziekenhuisonderzoeken. Was je maar wat vaker naar de huisarts gegaan. Dan had je misschien morgen de 9e verjaardag mee kunnen vieren van onze jongste. Het mocht niet zo zijn. Eigenwijze lummel.

13 oktober 2010
Terwijl we je hand vasthouden, blaas je je laatste adem uit. Opluchting en verdriet bij degenen die aanwezig zijn in je ziekenhuiskamer. Weken van ontreddering, spanning en verdriet gingen vooraf. Het begon met dat telefoontje van je beste vriend, op wiens verjaardag je instortte. “Hij is toch naar huis gereden, wil niet naar de dokter en liet zich niet tegenhouden..”. Daarna ging het snel. Meteen in de auto naar Ruurlo en na een betoog wat een zoon en dochter niet tegen hun vader zouden moeten houden, stapte je toch bij ons in de auto, op weg naar de spoedeisende hulp. Terwijl jij de schijn hoog hield, zat ik met de radioloog tegen zwarte gaten aan te kijken op een scan. Ik wist dat het niet meer goed zou komen. Mijn beurt om de schijn hoog te houden. Het heeft nog weken geduurd voordat je je rust vond, weken waarin communiceren met de dag slechter ging. Waarin je lichamelijk zeer snel achteruit ging. 13 oktober kwam de verlossing voor jou, voor ons. Jij naar mams toe, daarboven. Wij rust en opluchting. Een verzorgingstehuis is je bespaard gebleven. Daar horen eigenwijze lummels als jij niet. Je bent heengegaan zoals je leefde: in vrijheid.

Schijt aan de wereld
Een bijzonder mens was je. Met je extreme opvattingen, geweldige kookkunst, je artistieke uitspattingen, je maffe uitvindingen. Het was een Hillbilly bestaan, daar op dat boerderijtje. We konden compleet onze gang gaan in alle gekte, zonder ons van de wereld iets aan te trekken. Bier brouwen, alcohol stoken, schietwedstrijden in het weiland houden… Avonden lang met de radio aan samen borrelen en roken, al schilderend of knutselend. Complotten smeden, lachen.. Het was fantastisch. Ook al heb ik wel eens gevloekt op de desolate ligging van de hele toko (je bent jong en je wilt wat zei Veronica in die dagen), toch had ik het niet willen missen. Jij leefde naar je eigen woorden: “eigenwijze lummel”. Jammer dat die zelfgemaakte deodorant van je niet werkte.. met olie en thijm. Na de gymnastiek stonken we als een provencaals kippetje. Of de Chinese 1000 jarige saus die in een wekfles de grond in moest. Mijn god, we hebben er allemaal van gegeten.. Geen wonder dat we twee dagen daarna de sceptic tank weer konden opgraven om het ding leeg te laten maken door de boer aan de overkant. Post, daar had je niets mee. Tegen de postbode had je wel iets. De zelfgemaakte postbode-val naast de brievenbus voor aan de weg.. een toffe ambush! Jammer dat je er met een borrel op zelf je banden op stuk reed. Maar: schijt aan de wereld. Het motto was: leef zoals je wil. Ons werd geen geloof opgedrongen, maar je liet ons de keuze. Voorwaarde was: je moet 18 jaar zijn voordat je op zoek gaat naar een geloof wat bij je past. Je raadt het al: ik heb gezocht en ze allemaal links laten liggen.

Eigenwijze Lummels United
Er zijn veel momenten geweest in ons leven samen, dat ik je er graag bij had willen hebben. Of je hulp nodig had. Momenten waarop je er niet was. Het zij je vergeven. Wat ik geleerd heb van je is veel belangrijker.. vrijheid is het hoogste goed in je leven. Dat moet verdedigd worden. Maak je keuzes zonder rekening te houden met wat de wereld daarvan vindt, mits je niemand schade toebrengt. Wie niet waagt, die niet wint. Je hebt nooit gezegd dat je trots was op wat we bereikt hebben als kinderen, dat zat gewoon niet in je. Ik weet dat je het wel was. Uit verhalen van vrienden van je, die ik na je dood sprak. Morgen vieren we dat Luna 9 wordt. Een eigenwijs lummeltje is het…

Gek hè 😉

*hou van jou, pa*

Gezelschapsspellen

Posted in Mijn jeugd, Persoonlijk on oktober 5, 2012 by vandraeckensteijn

Gezelschapsspellen. Alleen van het woord al krijg ik de rillingen. Ze zijn niet aan mij besteed. Hoe sociaal ik ook ben in het dagelijks leven en online, des te asocialer ben ik bij spelletjes die rondom de tafel gespeeld moeten worden. Mensen snappen dat niet blijkbaar. Trivial Pursuit, Mens Erger Je Niet, Cluedo, Risk, De Kolonisten van Catan… Menigeen verheugt zich op een avond zeverzakken rondom een te duur stuk karton met wat amorph plastic erop. Ik niet.

Als kind al kreeg je me niet aan Scrabble. Dat kwam mede doordat de Scrabbledoos onder de kast bewaard werd, in ons tamelijk vochtige boerderijtje. De schimmel stond op het bord, de houten balkjes waren gebarsten en de lettertjes stonken muf. De doos moest je helemaal uit de buurt houden, die rook zo muf dat je er van moest niezen. Foute boel dus. Kaartspelletjes. Nooit begrepen en volkomen inspiratieloos, elke keer weer die zinloze regels opgedreund horen en niets, maar dan ook niets bleef hangen. Er was geen plaats voor nutteloze info in die kinderbrains. In plaats daarvan zat ik uren en uren te graaien in mijn Lego kist. Bouwde in mijn eentje de grootste dingen en zag daar meer heil in. Mij moest je niet storen. Ik was niet op de wereld gekomen om voor groepsvermaak te zorgen, zo leek het wel. Practical jokes uitdenken ging beter in combinatie met kaartspellen. Oma revalideerde bij ons en elke avond lag ik te knarsentanden in bed. In de woonkamer naast mijn slaapkamertje werd dan stevig geborreld en gejokerd. Een paar pakken kaarten samenvoegen, drank naar binnen kiepen en luidruchtig het kaartspel toelichtend werd er dan geluisterd naar Vicky Leandros, die in mijn ogen toen al heeft gezorgd voor de ondergang van het huidige Griekenland. Kutzooi. Tot ik er genoegen in schiep om de jokers in de open haard te smijten, toen niemand keek. Heerlijk, die wanhopige klanken van hen die niet meer konden winnen.

Op mijn 12e kreeg ik (1982) mijn eerste homecomputer. Salvation at last! Heerlijk in mijn eentje de mooiste computerspellen spelen, tot diep in de nacht. Geen last van gezanik en als je verloor, dan hoefde je niet de meesmuilende kop van de winnaar aan te staren. Gewoon opnieuw beginnen en beter worden. Ik was een slecht verliezer. Digitaal vermaak was op mijn vege kinderlijfje geschreven. Nooit meer losgelaten ook en ik hield er alleen maar een grotere hekel aan gezelschapsspellen aan over. Als het niet beweegt, geen geluid maakt of niet flitst, gooi het dan maar weg. Dat is nooit veranderd dus..

Tegenwoordig doe ik, omdat dat soms sociaal wenselijk is, wel eens mee aan gezelschapsspellen. Gruwel. Dat gaat ongeveer zo:

Mensen wiens naam ik niet zal noemen, komen gezellig Risk spelen. Alles wordt uitgestald op tafel en ik zie in één oogopslag dat er geen plaats meer is voor de hapjes en de drankjes. Die worden HELEMAAL aan de zijkant gezet. “Welke kleur wil je?”. Like I care. Doe maar een kleur. “Dan ben jij rood, want die wil niemand.” Dat vroeg ik dus niet. Waarom meteen de leftovers in de maag gesplitst krijgen, nondeju? Er wordt gespeeld. Voor de aanvoer van toastjes met zalmsalade ben ik volledig afhankelijk van de dame op de hoek. Dat zint me niet. Het gaat niet snel genoeg. De bak met borrelnoten staat dichterbij, maar die stinken enorm, met die Fiestapoederzooi eroverheen. Dat vindt het heerschap tegenover me niet. Die graait er driftig in en likt de soeppoeder van de borrelnootjes van zijn vingers. Oh, hij is aan de beurt. Ik staar naar zijn pionnetjes. Natte, roodbruine vingertoppen van de borrelnotenpap omvatten een stukje plastic. Het ding wordt verplaatst. Ik zie dat er een brokje spuugnoot aan is blijven hangen. Vies. Ik ben klaar.

Een ander keertje spelen we Yathzee. Hoezee. Scorekaartjes die met de hand gemaakt worden, want nabestellen doet niemand die domme briefjes die oorspronkelijk bij het spel horen. Ik zit weer eens in trance, heb niet door dat het mijn beurt is. “God laat het voorbij zijn”, denk ik. Ze pakt de beker met dobbelstenen. Ze schudt. Ik staar haar decolletee in. Mijn god wat schudden haar tieten lekker. Seks. Seks. Seks.. Ik schrik wakker. Dat mag ik niet denken. Niet over haar. Eikel. Dan word ik tot de orde geroepen. “Jouw beurt! We roepen al een hele tijd!”. Verdoofd schud ik de beker. Laat een ander de score noteren en de dobbelstenen opruimen. Ze kennen de drill, als ze moeten wachten op mij duurt het te lang.

Trivial Pursuit. Ik voel mijn ogen vochtig worden als de persoon aan de overkant na een kwartier nog zit te broeden op het antwoord. In gedachten ben ik al op vakantie geweest, heb ik het hele vrouwelijke deel van de speeltafel al ontkleed gezien en ik ben misselijk van de chips die ik uit verveling naar binnen moffel. Naspoelen met cola light, terwijl de rest hun denkvermogen aan gort helpt met een roséetje. Mijn bloeddruk stijgt en ik krijg hete billen. Weg. Ik moet weg…

Ook zo mooi hoe een vol bord met Monopoly troep ineens een zwieper krijgt als één van de spelers onbeheerst (alcohol) opstaat en blijft haken achter het karton. “Ooooooh… nou moeten we opnieuw beginnen!”. Bijna blij wordt het geroepen. In gedachten rijdt er een tank door de Kalverstraat die alles aan gort blaast wat er nog te koop stond. Een sprankje hoop ontstond bij de Kolonisten van Catan. In een onbewaakt moment had ik bij de startersversie zowaar plezier. Iedereen leefde op! Hij vindt het leuk! De keer erop zat ik klaar en werd voor mijn ogen een uitbreidingsset uit de tas gehaald. Teveel regels, te anders.. Het werd een lange avond.

Gezelschapsspellen. Gezelliger zonder mij.

Watch me

Posted in Merken, Mijn jeugd, Persoonlijk on augustus 14, 2012 by vandraeckensteijn

Mijn Smith & Wesson Tritium H3

Horloges. Een kleine tic van me. Nu denken jullie misschien aan merken als Breitling, Rolex etc. maar daar ligt mijn hart niet, hoe fantastisch mooi die soms ook zijn. Als we het hebben over horloges in mijn geval, dan ga ik altijd voor de “geek stuff”. Al vanaf mijn jeugd moest een horloge iets kunnen wat een ander horloge niet kan. De meeste geek watches heb ik niet meer, allemaal versleten doordat de behuizing en mijn huid ruzie kregen. Mijn huidige horloge heb ik al jaren, het is een onverwoestbaar, simpel ogend klokje van Smith & Wesson. Inderdaad, de wapenfabrikant uit de USA. Het apparaatje is Army Issue en gemaakt om in barre omstandigheden te overleven. Mijn pols is zo’n barre omstandigheid dus. Wat maakt dit horloge voor mij bijzonder? De verlichting. Geen fosforiserende, fluoriscerende of led verlichte wijzers en wijzerplaat. Alle oplichtende delen zijn gemaakt met glazen buisjes, die gevuld zijn met Tritium H3, ook wel stardust genoemd. Tritium is een afvalproduct van kerncentrales. Het goedje hoeft niet in daglicht opgeladen te worden, maar geeft dag en nacht onafgebroken licht van zichzelf. Met een vervaltijd van 25 jaar zitten we dus nog een tijdje goed ’s nachts. De naam stardust kreeg het in de wandelgangen, omdat H3 op aarde van nature voorkomt in blokken meteoriet die uit de hemel zijn komen vallen. Here to stay, die Smith & Wesson. De Israëlische tegenhanger, van Uzi, werkt hetzelfde. Misschien wordt dat de volgende.

Gisteren was ik mijn hart aan het ophalen op mijn favoriete horlogesite. Op www.tokyoflash.com staan de meest geeky en futuristische creaties! Ik smul ervan. Tokyoflash was het eerste bedrijf dat de LED dial invoerde. Wij zijn gewend om de tijd op twee manieren af te lezen: analoog en digitaal (numeriek). Tokyoflash bewees dat het ook anders kon. Door LEDS op een bepaalde manier te positioneren en in een patroon aan te laten gaan, moet je de tijd zelf berekenen of beredeneren. Is dat handig? Nee. Cool? 100%… Jaren geleden kocht ik een horloge bij TF volgens het 12-5-9 principe. Als je het systeem eenmaal doorhebt, kijk je met net zoveel gemak naar de tijd, als bij een conventioneel horloge. De buitenwereld snapt er alleen geen drol van en het design van het horloge doet vermoeden dat je electronisch huisarrest hebt. Tip: kijk op de site van TF ook even bij “blog”, alwaar het Japanse bedrijf designers van over de hele wereld ontwerpen laat plaatsen voor mogelijke nieuwe creaties. De meeste ontwerpen zijn daadwerkelijk uitvoerbaar, enkele hebben het inmiddels gehaald tot productiemodel!

Mijn 12-5-9 heb ik zorgvuldig uitgekozen. Het is een gelimiteerde oplage geweest, ontworpen door een Japanse architect, geproduceerd door TF, als eerbetoon aan een gebouw in dezelfde vorm. Met trots heb ik het klokje een jaar gedragen, totdat mijn huid weer eens opspeelde en vond dat het tijd was om het dingetje naar de vitrine te verbannen. Zonde, na alle moeite die ik heb gedaan om er aan te komen, na de ruzie met de douane, die niet geloofden dat het om een horloge ging en die ik aan de telefoon het 12-5-9 principe niet uitgelegd kreeg.

Gisteren het horloge er na jaren maar weer eens bij gepakt. Eigenlijk hoort zo’n ding niet in de vitrine vind ik. Zo’n klokje verdient het om aan een pols te prijken en gebruikt te worden. Daarom mogen jullie reageren op dit blogstuk, als je iemand kent die horlogefreak is, of als je zelf horlogegek bent. Geef in een reactie weer waarom jij vindt dat dit horloge in bezit moet komen van een speciaal iemand, of waarom je hem zelf graag zou willen hebben. Aan het eind van de maand trek ik een gelukkige uit de reactie en deze persoon krijgt de 12-5-9 kostenloos toegestuurd van me. Je hebt dan een collectors item in handen, of nog beter, aan je pols.

Deal?

Het filmpje is gisteren gemaakt, daarop is goed te zien dat het horloge gebruikssporen heeft, maar nog steeds collectable is.

De politie adviseert

Posted in Mijn jeugd, Niet door de beugel, Persoonlijk on augustus 10, 2012 by vandraeckensteijn

Eén keer in de zoveel tijd kom ik weer op een punt dat mijn reactionaire trekje, van mijn vader geërfd, opspeelt. Vanochtend was het weer zover. Op Nu.nl lees ik een artikel, waarin de politie adviseert om bij een inbraak te vluchten, danwel lijdzaam toe te zien hoe het huis leeg gehaald wordt. Want, er vallen teveel slachtoffers bij inbraken. Omdat mensen zich verdedigen. Ja, dan gaat het borrelen als ik dat lees. Overvallers zijn vaker zwaarder bewapend tegenwoordig en de drempel om die wapens te gebruiken wordt blijkbaar ook steeds lager. Het maakt geen drol meer uit of je thuis bent of niet, ze komen gewoon.

Kom ik weer met mijn stokpaardje. De USA. The second amendment of the Bill of Rights. Een wet die het mogelijk maakt om als burger een wapen te bezitten, waarmee je have en goed verdedigt. De tegenstanders komen als vanouds weer om de hoek zetten met cijfers over schietpartijen op scholen, ongelukken met wapens etc. Klopt. De keerzijde van de medaille, maar mijns inziens voortkomend uit een ander maatschappelijk probleem. Trigger happy huisvaders, daar hebben we niets aan uiteraard. Toch vind ik dat we ver gezakt zijn in dit land, waar de dader kennelijk meer bescherming geniet dan het slachtoffer.

Gewoon toekijken dus. Hopen dat ze je vrouw en kinderen met rust laten, terwijl je onder bedreiging van een vuurwapen in je broek staat te poepen. Dat is het advies. Walgelijk. In Korea hebben ze een andere oplossing. Een bewakingsrobot, die zich niet laat intimideren. Het karretje patrouilleert door het huis en bij onraad heb je een paar seconden om een safeword te roepen. Anders “tazert” het ding je buiten westen. (Een tazer is een stroomstoot wapen). Vluchten mag ook dus. In je pyjama op straat, wachten tot ze de zwarte bestelbus vol geladen hebben. Wellicht heb je nog meer overlevingskansen als je helpt om de LED-tv in te laden?

Donder nou toch gauw op. Het is zelfs zo erg, dat als je een inbreker uitschakelt met gelijk welke vechtsport dan ook, je een fijne rechtszaak met verstrekkende gevolgen tegemoet kunt zien. Ik denk nog even terug aan vroeger, toen de politie op de boerderij van mijn ouders het advies gaf om voor de vakantie 100 gulden op tafel te leggen en de achterdeur open te laten. Dat voorkwam braakschade. Dezelfde agent adviseerde mijn vader om bij een inbraak waarbij je zelf thuis bent, vooral veel kabaal te maken in de slaapkamer, in de hoop dat de inbreker zou vluchten. De ietwat smalende blik van mijn vader deed de agent de vraag stellen of pa een beter plan had. Dat had hij.

“Kapot schieten en in de tuin begraven”.

En hij had het nog gedaan ook als het ooit zover gekomen zou zijn.