Archive for the Muziek Category

Mijn ultieme gitaarsolo

Posted in Mijn jeugd, Muziek, Persoonlijk on september 6, 2013 by vandraeckensteijn

Voor er verder gelezen wordt: dit is een muziekblogje. Redelijk uitzonderlijk, ik ben namelijk niet van de muziekblogjes. De reden dat ik een uitzondering maak is dat ik een afspraak heb met Fred Händl om over mijn “ultieme gitaarsolo” te bloggen. Fred, begenadigd componist, musicus en schrijver, daagde me uit om elkaar een blogopdracht te geven. Mijn opdracht aan hem was om over “mensen kijken op een terras” te bloggen. Dat deed hij, de link naar zijn “schrijfsel” staat onderaan deze pagina. De opdracht die terug kwam: “blog over jouw ultieme gitaarsolo”. Paniek. In een berichtje schreef ik terug hoe moeilijk ik dat vond. Wetende dat ik niet muzikaal ben, antwoordde Fred dat hij wel een andere opdracht zou verzinnen. Dat ging me te ver… Het is niet zo dat ik geen inspiratie heb, in tegendeel. Ik wist meteen welke gitaarsolo ik wilde bespreken. De moeilijkheid zit hem in iets heel anders…

Door klanken geraakt
Muziek kan me ontroeren. Soms met reden, soms zonder reden. Spontane tranen wellen regelmatig op bij het horen van muziek, zo ook toen ik voor het eerst deze gitaarsolo beluisterde. Het raakte me, het kwam binnen en het was heerlijk om op te gaan in het auditieve geweld. Het probleem is echter dat wanneer je met de billen bloot gaat en mensen een kijkje geeft in je ziel, door aan te geven wanneer je moet huilen van muziek, dat toch een beetje lijkt alsof je met publiek erbij zit te poepen. Muziek is zo persoonlijk en mijn muzieksmaak ook niet echt alledaags. De lezer cq luisteraar zou de indruk kunnen krijgen dat ik waarschijnlijk al huil om andermans gestoten teen. Kortom: enkelen onder de lezers zullen, na het beluisteren van de eerste klanken van dit nummer, waarschijnlijk getergd YouTube wegklikken en denken: “die Draeck spoort niet joh…”. Het zij zo.

Damn Yankees
Als oude heavy metal en hard rock fan struin ik regelmatig YouTube af, op zoek naar oude nummers. Eén van mijn favoriete bands uit “the old days” is Damn Yankees. Frontman Ted Nugent is in mijn optiek een machtige gitaarvirtuoos. Mijn oog viel een tijd geleden op een uitvoering van hun hit “Come Again”, een live versie uit 1993. Vanaf het allereerste moment greep het me aan. Het is de combinatie van beeld en geluid die het hem doet.

Ted ziet eruit alsof hij zo uit de laadbak van een houthakkers pickup truck gesprongen is. De combinatie van zijn rauwe, bebaarde kop en pretentieloze kledij geven hem de uitstraling van een oude grizzly beer. Zijn enorme gestalte laat de gitaar die hij bespeelt overkomen als een klein speelgoedgitaartje. Het nummer duurt lang en kent een aantal solo’s van Ted, allemaal even gepassioneerd gespeeld. Wat voor mij het feest compleet maakt, is de mimiek in zijn gezicht. Dat raakt me zo ongelooflijk, als iemand zo opgaat in zijn gitaarspel. Het lijkt wel of hij zijn gitaar wil meehelpen door met zijn mond de klanken te vormen. Ted is niet meer bezig met de zaal, niet met de band, niet met zichzelf. Hij speelt alsof hij bestuurd wordt. Door wie, dat mag je zelf invullen.

Geniet even mee. Damn Yankees. Come Again.

P.S. het blog van Fred Händl naar aanleiding van mijn opdracht om over mensen kijken op een terras te schrijven, vind je hier.

Snails need love too!

Posted in Eten & Drinken, Muziek, Persoonlijk with tags , , on januari 12, 2013 by vandraeckensteijn

In huize Draeck is het Love & Peace en dat merk je zelfs in het aquarium. Slak Kiki heeft een megavette crush op Gerrit de slak uit Sponge Bob. Als een echte Bert Haanstra heb ik op mijn knieën voor het aquarium gelegen, om een innig moment vast te leggen. Goed, het blijven slakken he. Dus wie een flitsend snelle actiefilm verwacht, moet ik teleurstellen. Maar wie een lekker mellow weekendfilmpje wel fijn vindt om bij weg te kwijlen… enjoy! Leuke cameo ook voor Sick Seth, de Salamander en tevens de modderfokking Eindbaas in Draeck’s Waterworld.

Global Deejays

Posted in Muziek, Persoonlijk on juli 25, 2012 by vandraeckensteijn

Open letter to Global Deejays

Dear Global Deejays,

The Sound of San Francisco sure contrubites to my summer haze. The clip could be better though. Your reference to Flower Power is somewhat misplaced. As an old fart, made in the sixties (no, I was not IN flower power, but conceived in a flower field I guess), let me tell you what the overall differences are.

-Flower Power kids believed in free sex. It happened as they went with the flow. They did not post notes with an open invitation to a gangbang;
-The people in your clip walking naked in the sixties are NOT shaved. I repeat.. NOT shaved. Mother nature made them as they are and Gillette had nothing to do with it;
-The same goes for boobs. Pure and natural. Some of them may have hung as low as the Mariana Trench, but that didn’t keep those wooly types from fumbling with them;
-When people in the sixties had sex, preferably in open air, they did not call their friends before, during and after the intercourse;
-Yes, yes, there were drugs involved back then. Weed, pot, LSD. It provided a piece of the magic. Made them mellow. So, coke, speed and other fast lane stuff is NOT the kind of drug to induce that “sixties feeling”;
-Condoms where hard to get in the sixties. Some lucky fellows had them and they busted clean out of a possible marriage. Now, you can get them on every streetcorner nowadays, so why don’t you use them, dumbass?;
-Keep in mind that driving coast to coast in a smoking, rusty, blobbering VW bus is by far some other experience then getting there in your daddy’s airconditioned Audi A6;
-Flower Power means you boil water in a kettle over a fire and add coffeegrind straight into it, if you want to have your fix. Flashmobbing Starbucks, totally Gung Ho, making some peace signs left and right is from another world;
-At Woodstock, you could loose a dime in the field. Don’t cry if your credit card flips out of your pocket while you enter that Dixie. They took a shit in bushes back then. Leaves as toiletpaper!

So.. A nice song. Nice try. Love the samples. But that sixties feeling? Nah. Dwelling in a subwaystation, toting a plastic baseballbat and shouting “I am a caveman” comes pretty close.

The Brain

Posted in Fantasie, Muziek, Niet door de beugel, Persoonlijk with tags , , , on februari 1, 2012 by vandraeckensteijn

Het was me wat vroeger, in de brugklas. We hadden een hechte club vrienden, waarmee we de wereld samen ontdekten. Je kent het wel.. snoep jatten op de terugweg, bij het snoepwinkeltje op de route naar huis. Ons opsluiten op de kamer en dan keihard onze Heavy Metal draaien. We waren een clubje jongens waar geen grip op te krijgen was. Deden wat we wilden, trokken ons van niemand iets aan.

We werden als raar betiteld. En daarom vonden we ook dat alle raren op school wel bij ons clubje mochten. Zo ook kleine Tim K. Een wat sneue jongen, die altijd alleen stond. Had geen vrienden. Dat had hij eigenlijk aan zichzelf te danken, maar wij lieten hem toe binnen ons cirkeltje. Gewoon omdat we medelijden hadden en hem niet als outcast door school wilden laten gaan. Tim kon goed leren. Daarom kreeg hij al snel de bijnaam “Het Brein” op school. Omgaan met Tim betekende dat we met de nek werden aangekeken. Wie met pek omgaat, wordt ermee besmeurd.

Tim kon er niet veel aan doen. Hij werd verwend met dure kado’s door zijn familie, als hij maar niet puberde. Als hij maar resultaten boekte. Tim had principes die er door zijn vader met de paplepel ingegoten waren. Een eigen mening was het niet, alhoewel hij er wel naar handelde. Hoe erg we ons best ook deden, Tim begon steeds meer buiten de boot te vallen. Zelfs bij ons groepje, de tolerantsten.

Zaten we op zolder bij Arjan. Onze gekopieerde cassettebandjes uit te wisselen. We hadden geen geld om langspeelplaten te kopen. Eén van ons kocht een plaat, de rest zette die dan op tape. Zo konden we samen genieten. En als de plaat ECHT goed was, dan spaarden we individueel door, omdat het origineel gewoon niet in onze kwaliteitscollectie mocht ontbreken. Op die bewuste middag bij Arjan, lagen de tapejes uitgestald in het midden van de cirkel. We keken er trots naar en wilden net gaan bepalen welke er in het cassettedek ging, toen Tim een waas voor ogen kreeg. Met zijn kleine Mephistoschoentjes trapte hij voor onze ogen de cassettebandjes aan gruzelementen. Een drama! Wij boos… maar we durfden niks te doen. We wisten dat als we hem in zo’n bui wilden aanpakken, hij zijn metalen steunzolen uit zijn schoenen haalde en die als steekwapen inzette. Tim was een kruitvat en wij wilden de lont niet zijn.

We hebben afstand moeten nemen van Timmetje toen hij met ons meeging op een kwade dag, naar de lokale radio- en televisie grossier. We gingen er speciaal naar toe om de net uitgekomen Samsung Ghettoblaster met dubbel cassettedeck te bekijken. Een killer van een machine. Helaas bleek Tim een grotere killer. Hij had een fles Zippo vloeistof en de zwaar verzilverde tafelaansteker van de Bond van Geheelonthouders bij zich (dat ding had hij van het bureau van zijn pa gejat).. De rest laat zich raden. Terwijl de eigenaar van de winkel brandblussers aan het legen was op de brandende berg Koreaans plastic, spoot ons opstandige vriendje nog wat benzine bij… Hij is afgevoerd in een wit busje, weet ik nog…

Nooit meer wat van hem vernomen sindsdien. Soms denk ik nog wel eens.. zou hij in de loop der jaren veranderd zijn? Gaat het goed met hem? Ik hoop het.

Tim: als je dit leest… ik hoop dat je met de jaren gezond verstand gekregen hebt en misschien zelf ook eens een langspeelplaat gekopieerd hebt. Als therapie ofzo.

Het Eurovisie Songfestival

Posted in Muziek, Niet door de beugel on mei 10, 2011 by vandraeckensteijn

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: ik snap het Songfestival niet. Al jaren niet, eigenlijk. Elke keer als ik er naar kijk, dan komt bij mij de vraag bovendrijven, welk complot er toch achter dat hele concept steekt. Zou het soms een klein clubje invloedrijke mannen zijn, dat is blijven hangen in de jaren 70? Dat moet haast wel. Want de ongeschreven regels rondom de hele happening zijn duidelijk zichtbaar. De voorwaarden voor de hele show ziet er mijns inziens als volgt uit:

-De zaal is altijd in amphitheater opstelling met een rond podium in het midden.
-De verlichting moet lijken op die van de Tilburgse kermis.
-De intro muziekjes worden al jaren geleend uit spectakelfilms als “Ben Hur”.
-Presentatoren moeten eruit zien als blije handpoppen die met hun handen in elkaars reet zitten om de boel aan de gang te houden.

Dan hebben we het over de deelnemers.

Regel 1: geen goed in het gehoor liggende rock of pop ten gehore brengen! Nee, liefst iets folkloristisch van eigen bodem, gemixt met een vleugje ruige gitaar of keyboard. In de jaren 90 deed heel Nederland aan fusion cooking. Stamppot met boemboe, die onzalige shit. Zo moet een Songfestivallied ook klinken. Van alles niks.

Regel 2: Als je zangeres bent en boven de 35, dan zing je een bombastisch lied. Vooral veel lange uithalen, zodat de opgeboste tieten als rijpe rollades uit het decolletee willen jumpen. Goed voor de camera. De glimmende jurk van gepalleteerde lampenkappenstof helpt de boel ook nog eens te accentueren. Wat wil je nog meer.

Regel 3: Ben je een beetje tenger en fragiel (M/V), dan mag je ook een fragiel liedje a la “Ein bischen Friede” zingen. Beetje melancholisch lachen, tokkelen op je gitaartje en je dramatische gewauwel de satelliet inslingeren. Hoera. En ergens, ergens zit er een clubje Alzheimerpatiënten in een goor achterkamertje van een verzorgingstehuis een traan weg te pinken. Instict!

Regel 4: De groep. Verplicht allemaal in de verkleedkist duiken. Zit die leren broek te strak? Geen probleem. We passen de choreografie wel aan. Die spagaat maken met je rockgitaar laten we achterwege, blijf maar lekker breed staan, dan kun je je zaakje ook nog luchten in die leren lap ellende. Oh en natuurlijk moet de zanger veel springen! Ja, springen en wild met zijn kop om zich heen slaan. Dat deed Bono ook en dat was een rocker zeg! Man man man. En als je dan de gitarist mag zijn van de krokodillenbende, dan ga je natuurlijk staan als Rudolf en Michael Schenker (Scorpions / MSG). Spelen alsof je door de duivel bezeten bent, opgaan in je spel. Nou, de enige die echt fucking zit te knarsentanden, dat ben IK! Stelletje lamscheten.

Regel 5: Wat er ook gebeurt, houd je instrument vast als ABBA. Björn en Bennie wisten als geen ander hoe je een orgeltje of een gitaartje moest bespelen. Die deden dat zoooo geraffineerd. Alsof ze een privé concertje voor oma gaven, op het speelgoed muziekinstrumentje wat de goede oude vrouw net had meegebracht voor hun verjaardag. Kijk oma, voor jou. Nu dus verplichte Songfestival kost.

Regel 6: Houd het gay. En als je niet gay bent, dan speel je maar gay! Let wel: ik ben absoluut pro-homo, wat, ik had er zelf één kunnen zijn. Maar ingestudeerde lieflijkheid, gatverdamme zeg! Daar wordt niemand blij van. Get real. Die mannelijke balletdanseressen, die om de zanger met zijn met potlood getekende wenkbrauwen heen fladderen. Zelfde kleding, zelfde kapsel. Accessoires zijn het, die kerels.

Regel 7: Zit je in het achtergrond dameskoortje, dan draag je een soepjurk. Dan beweeg je op en neer en heen en weer zoals de Grobbebollen bij Tita Tovenaar. Met hun franjejurken lijken ze zo van de buddyseat van een Honda Goldwing geplukt. Rammelarmbanden.. beetje gospel nadoen en je hebt godverdomme zowaar een levend coulissenlandschap gecreëerd! Wederom hoera.

Regel 8: Bij het schieten van het introfilmpje komt de artiest altijd uit een armoedig kutdorp uit de Balkan, of is men net uit een Noors Fjord gehengeld. Of, als je uit Nederland komt, heeft je pa net een tik van een authentieke molenwiek gehad, vrat je opa nog tulpen en rijdt je moeder rond op een fiets zonder zadel. Zoiets. Stereotypische kutzin is het.

Regel 9: De commentator die verslag uitbrengt, vertaalt niet wat er er gezegd wordt door de presentatoren, maar lult een paar kilometer in de ruimte en dreunt van een papiertje wat wikishit op over de deelnemers. Hell, als je op de achterkant een boodschappenbriefje hebt staan, leutert hij ook dat nog even mee. “Ja en Laura Floetsiemoetsie staat in haar land bekend om 1 pak tenalady…”

Regel 10: Als je echt ballen hebt en lekkere ballen ook nog, dan ben je een Russisch bandje van een paar jaar geleden, met twee geile zangeresjes die het niet onhandig vonden om elkaar te gaan tongen voor de zaal. Een lesbo-rock-chick act met schijt aan de wereld. Daar wordt Draakie dan wel weer blij van. Maar ja, dat is maar eens in de 100 jaar, dat zoiets bij het Songfestival voorbij komt.

Een druilerige dag met een prachtig einde!

Posted in Mijn jeugd, Muziek, Persoonlijk on november 11, 2010 by vandraeckensteijn

Wie me goed kent weet dat mijn leven aan elkaar hangt van toevalligheden. Bestaat er wel zoiets als toeval? Ik weet het niet. Er gebeuren in ieder geval vaak dingen die me doen beseffen dat er meer is tussen hemel en aarde. Zo ook vandaag…

Vanochtend begon niet best. Alles zat tegen en ik had een dag “on the road” ingepland. Een fijn vooruitzicht vanochtend, met die stormwaarschuwingen. Vier klanten op de lijst om te bezoeken, eerst een rondje Deventer, vervolgens Lochem en op de terugweg de laatste klant meepakken in Arnhem. De hele dag had ik een voor mij kostbare lading in de kofferbak: een kist met vijf violen, uit het huis van mijn onlangs overleden vader. Geen van de violen bespeelbaar, slechts één in een staat die te restaureren is. Voor een muzikant dus geen kostbare instrumenten. De violen hebben toebehoord aan mijn Hongaarse opa, een zigeunermuzikant in hart en nieren. Mijn opa heb ik nooit gekend, wel de verhalen over hem gehoord. De Hongaarse familiegeschiedenis is heftig en het is dan ook een wonder dat deze violen nog in de familie waren. Ze hingen in mijn ouderlijk huis ter decoratie aan de muur, vanaf 1967.

Aangezien we zelf geen viool ter decoratie zouden neerhangen en ook geen instrumenten bespelen, hadden mijn zus en ik met pijn in het hart besloten dat de violen Markplaats op moesten. Puur om centjes bij elkaar te schrapen, tezamen met andere delen van de inboedel, om de uitvaart van mijn vader te kunnen bekostigen (hij was niet verzekerd). Nadat er een advertentie op Marktplaats was geplaatst, kwam er weldra zeggen en schrijven één reactie: een dame uit Arnhem had interesse en wilde kijken of er nog wat mee aan te vangen was. Over de prijs waren we het snel eens en vandaag nam ik de gelegenheid te baat om op weg naar huis even aan te wippen in Arnhem en de instrumenten daar achter te laten.

Na een fikse file kwam ik in het pikkedonker, bijgestaan door helse wind en regen, aan in Arnhem Zuid. In gewoon zomaar een straatje, een knus straatje. De dame die de deur opendeed, vroeg me vriendelijk naar binnen en in de woonkamer liet ik haar een kijkje nemen in het kistje violen. Haar kinderen konden hun nieuwsgierige blikken niet bedwingen en keken mee. Onbewust voelde ik me onmiddellijk thuis bij deze mensen… Het kwartje viel. De inrichting, de aanwezigheid van prachtige violen in een vitrinekast, het uiterlijk van de kinderen, van de lieve dame.. het werd me al snel duidelijk: ik ben bij een zigeunerfamilie op bezoek.

Het gesprek kwam op gang.. ik vertelde over mijn Hongaarse roots, over de familie, over mijn opa en zijn passie voor zigeunermuziek… Over mijn passie voor die muziek, hoe ik het nooit droog kan houden bij de juiste snaaraanraking van een viool. Dat we Hongaarse muziek hebben gedraaid op de uitvaart van mijn moeder…

Ook vertelde ik over vroeger, de bijeenkomsten van Hongaren bij ons thuis, hoe de muziek later op de avond harder ging.. Dat wij als kind ons altijd verbaasden over de huilende Hongaarse mannen, bij het horen van de vioolklanken uit hun land.

De dame knikte begrijpend. “Mijn vriend staat in de keuken en luistert ondertussen mee”, zei ze, “hij staat net te koken maar komt er nu ook bij.”

Uit de keuken kwam een man die iets jonger was dan ikzelf. Joviaal schudde hij me de hand, klopte op mijn schouder en zei: “Wat fijn om dit allemaal te horen. Ik kom zelf uit Budapest.”. Daarna een Hongaarse volzin… Ik zei hem dat ik niet goed Hongaars spreek, mijn zus echter wel, maar dat ik ondanks dat vooral gastronomisch Hongaars kan. Zowel in spraak als achter het fornuis. Lachend begonnen we over Hongaarse lekkernijen te kletsen. Het was gezellig en een warm gevoel maakte zich meester van me. De man vertelde me dat hij ook zigeuner is en in een zigeunerorkest speelt, de violen in de vitrine waren van hem. Met respect pakte hij de violen van mijn opa, die uit de jaren ’30 stammen, uit de kist en wreef erover. “Prachtig..” zei hij, “wat mooi dat een zigeunerviool weer bij zigeuners thuiskomt.” Inmiddels stond ik al met een licht trillende onderlip, overmand door emotie. “Fantastisch en hoe toevallig dat dit zo gaat”, hoor ik mezelf zeggen.

Dan gaat de bel… “Daar is opa!”, roept één van de kinderen. De man zegt tegen me: “Ja, die wilde dit ook wel graag zien en je ontmoeten”. In de deuropening verschijnt een oude man, niet al te groot van stuk, met een sierlijke loden jas, mooie handschoenen aan en een statige hoed op. Ik stond even stokstijf. Het vriendelijke gezicht van deze man kwam me zo bekend voor… maar ik wist niet waarvan. Het charisma van de oude heer was inmens, ik zag hem niet alleen, ik voelde zijn aanwezigheid op een ongekend sterke manier. Na een ferme handdruk, hij zei niet hoe hij heette, bekeek hij zwijgend de violen. Ondertussen vertelde de man des huizes aan hem beknopt het verhaal over de violen, mijn moeder, mijn opa.. De oude heer knikte.

Toen ging hij naast me staan.. Hij vroeg me of ik zelf ook van zigeunermuziek hield. Ik legde hem vol vuur uit dat ik een zigeunermuzikant op straat altijd beloon met het omkeren van mijn portemonnee, dat ik ben opgegroeid met de muziek van o.a. Pali Lakatos, dat ik op mijn blog een ode heb gebracht aan de overleden Hongaarse familie middels het prachtige “Deux Guitares” van Roby Lakatos.. “Maar het hoogtepunt voor mijn moeder, mijn vader en de resterende familie, was altijd Tata Mirando!” zei ik en vertelde er bij dat mijn ouders werkelijk alle LP’s hadden van die man en er geen Hongaarse bijeenkomst plaatsvond zonder muziek van hem.

De man des huizes kwam aan de andere kant van me staan en legde vriendschappelijk de hand op mijn schouder. “Weet je wie er nu aan de andere kant naast je staat?”, vroeg hij glimlachend. Ik keek de oude man aan en ook dat kwartje viel. Als een baksteen dit keer. Er stond niemand minder naast me dan Tata Mirando in levende lijve, de vioolvirtuoos, wereldberoemd en leider van het Koninklijk Zigeunerorkest Tata Mirando. Ik voelde me klein. Zo ongelooflijk klein. Tata Mirando is praktisch onbereikbaar, is de meest gevraagde en bejubelde zigeunerviolist, de held van mijn moeder. En ik stond naast hem. Te huilen als een kind, van blijdschap, van ontzag, van verwondering. Van dankbaarheid.

Het fijne van Hongaren is dat je als man je tranen de vrije loop kunt laten in gezelschap, als dat zo uitkomt. Dat hoort erbij. Er werd even flink gesnotterd in dat huis in Arnhem Zuid. We hebben nog even nagebabbeld en elkaar beloofd contact te houden. Voor Tata Mirando was het duidelijk dat het geen toeval was, dat de violen met hulp van boven na al die jaren weer thuis waren.

En zo reed ik terug.. in een roes. Intens gelukkig om een gebeurtenis die volgens de kansberekening nooit had kunnen plaatsvinden. Onderweg heb ik nog even flink nagesnotterd, heb nog een paar woorden aan mams en de rest daarboven gericht, mijn zus gebeld en het hele verhaal verteld…

Wonderen vinden elke dag plaats. Soms zijn ze groot, soms zijn ze klein. Voor het wonder van vandaag ben ik verschrikkelijk dankbaar.

Even een clipje.. op viool Nello Mirando, Tata Mirando op gitaar.

http://www.youtube.com/watch?v=8JMNPidPJjw

 

Een bijzondere ontmoeting

Posted in Muziek, Nieuws, Persoonlijk on augustus 21, 2010 by vandraeckensteijn

Één van de pluspunten van twitter vind ik het feit dat je veel nieuwe mensen leert kennen. Het overgrote deel van de nieuwe contacten blijft bij een online interactie, zo af en toe echter vinden er IRL, oftewel “In Real Life” ontmoetingen plaats. Nou ben ik niet iemand die zomaar in de auto stapt en ad random maar twittervrienden bezoekt, dat zou ook onbegonnen werk zijn. Voordat ik besluit om een “tweep” (medetwitteraar) in het echt te ontmoeten, moet er sprake zijn van een bepaalde klik.

@democratius

Een tijd geleden ben ik @democratius gaan volgen op twitter. Een volgactie gaat meestal gepaard met het checken van iemands “bio”. De omschrijving die in de bio staat, luidt: “Henk Penterman,onderschatte geniale gek, fotomaf muziekhandelaar, ARVPK, manager, IBW, bed&breakfast, saxofonist+zang,AARDIG MENS (alzegik’tzelf)”. Daar kun je het mee doen. Tesamen met de ietwat abstracte tweets die ik van hem las, was dit het startschot om op de knop “Follow” te drukken..

De tweets van @democratius onderscheiden zich van de gemiddelde tweets. Verwacht geen “goedenmorgen, goedenmiddag” tweets. Geen eindeloos geëmmer over het weer, niet over koffie… Geen foto’s van snelwegen met files. Ja, dat zijn tweets die ik zelf wel plaats, onder andere. Nee, wie @democratius volgt, wordt getracteerd op noeste stellingen, verrassende feiten, abstracte kronkels en tot de verbeelding sprekende foto’s. Henk heeft humor. Een tweet die je zelf plaatst, kan door hem beantwoord worden met een afzeiker, een doordenker, een foto. Soms moet je door de regels heenlezen. Soms is het een klap in je gezicht. Soms ronduit ontroerend of heel erg to the point. Altijd een spiegel die je voorgehouden wordt. Dat maakt @democratius een bijzonder twitterheerschap. De reactie die je krijgt, is niet voorspelbaar.

De berichtjes die @democratius zelf plaatst, geven altijd handvatten om terug te reageren. En zoals alle mensen, is ook Henk Penterman er één met buien. Wee degene die probeert om een hilarische tweet te overtreffen met een nog grappigere. Als je geluk hebt, kom je daar goed mee weg. Als je pech hebt, wordt je ten overstaan van je hele schare volgers met ferme hand op de plaats gezet. Daar moet je tegen kunnen. Wie niet snapt dat “wie kaatst, de bal kan verwachten”, heeft bij @democratius niets te zoeken. Ondergetekende heeft het aan den lijve ondervonden. Als je @democratius uitdaagt, dan pakt hij altijd de handschoen op. Op bepaalde vlakken zijn @democratius en @draeckenstein uit hetzelfde hout gesneden. We zijn beiden niet bang om met open vizier de strijd in te gaan en de weg naar het eindpunt is belangrijker dan het slot zelf. De uitdaging ligt in de wederzijdse overtroeving, waarbij er hilarische interactie ontstaat. Daar leef ik bijna voor. Je blijft dan ook terugkomen voor meer. Wie @democratius probeert neer te halen echter, speelt met karbiet. Je kunt voor het oog van de wereld de lont bij de melkbus houden en trots om je heen kijken na de knal. Wees echter ook bereid om jezelf op te laten rapen als niet lang daarna het deksel van de melkbus met een daverende dreun op je hoofd landt.

Provocatie doet leven

@democratius en @draeckenstein provoceren. Weliswaar op hele verschillende manieren, maar met hetzelfde doel: mensen uit hun comfortabele roes trekken. Elke reactie is goed, als je maar reageert. De mensen die het spel volhouden en goed meegaan, worden beloont met een grote glimlach op hun mond. @democratius is een fair player. Zijn tweets zijn nooit persoonlijk kwetsend. Wel kan hij zijn volgers op geraffineerde wijze een kant opduwen, zonder dat ze het zelf weten. Wie bij hem aan het verkeerde adres is? Dat zijn twitteraars die het medium alleen inzetten uit narcistische overwegingen. De gasten met hun buitenproportionele ego’s, die rechtertje spelen over, wat in hun ogen, het twittergepeupel is. Van journalist tot zelfverklaarde blogkoning, van twittercoach tot twitteranalyticus, allemaal hebben ze zich wel eens aangemeld bij @democratius, om hem “de oren eens te wassen”. Meestal eindigt dat in een 2.0 bloedbad en als ze nog een staart hadden, dan zat die tussen de benen terwijl ze de knop “Unfollow” trillend indrukten.

Ook @draeckenstein heeft wel eens geprobeerd om te testen waar de man toe in staat is. Dat werd een verhit stukje over en weer tweeten, met de nodige humor. Naarmate de strijd vorderde, werd het al iets grimmiger. Dan blijkt dat ook @democratius wat noten op de zang heeft als het op “quick and dirty” afmaken aankomt.. Prachtig.

Goed, het moge duidelijk zijn dat @draeckenstein en @democratius twee heel verschillende mensen zijn, met ongebruikelijke raakvlakken. De klik is er, de ontmoeting IRL was dus afgelopen donderdagavond.

Geesteren, a ghost town?

Donderdagavond na het werk snuffelde de Dodge zich op weg naar de Achterhoek. Aan boord een licht opgewonden heer @draeckenstein en een halve rijstevlaai als zoenoffer. Eindelijk! Een ontmoeting met de man van 6 miljoen abstracte tweets. Eindbestemming Geesteren. Nu hoor ik u denken: Wat is dat dan voor plaats? Voor mij in ieder geval een soort thuisgrond. Als geboren en getogen Achterhoeker voel ik mij nog steeds prettig in die contreien. Geesteren is qua faciliteiten misschien een Ghost Town, het is echter ook het pittoreske plaatsje met zijn mooie oude pandjes en smalle, met keien geplaveide straatjes. Zo ook het straatje waar @democratius en zijn vrouw resideren. Uiteraard was ik inmiddels op de hoogte dat de beste man leeft voor de muziek, een eigen muziekzaak bezit en samen met zijn vrouw een Bed & Breakfast runt. Vergist u zich niet: tot de lijst van vaste gasten van hun B&B behoren ook bekende Nederlanders. BN’ers kunnen daar ongestoord genieten in alle discretie van een stuk ongerepte beschaving en het jachtige, opgeklooide westen des lands eens helemaal vergeten. Bijna therapeutisch dus. En dat geheel in stijl.

Henk Penterman himself

In het smalste straatje van Geesteren vond ik zowaar nog een paar meter parkeerruimte voor de zwarte gigant. Na het uitstappen heb ik eerst eens de aanblik van de omgeving op me in laten werken. Een haast Anton Pieck waardig décor. Het pandje waar ik moest zijn, was ronduit verzorgd, schattig en zeer pittoresk. De etalage met muziekinstrumenten maakte een gezellige en uitnodigende indruk. Om aan te bellen, moet je langs het keukenraam. Door de kleine ruitjes zag ik @democratius zitten, hij had mij ook opgemerkt en met een vrolijk gezicht maakte hij zich op weg om de deur te openen. “Henk Penterman”, zei hij, met een stevige handdruk. De rijzige gestalte maakte een uitnodigend gebaar en ik nam de tijd om hem eens goed op te nemen. Een grote man, met cowboylaarzen onder een jeans, een roze t-shirt (daar scoor je mee bij @draeckenstein) en een jasje, donkerblauw, met goud geborduurde ornamenten. Een bril, een paardenstaart. Precies zoals zijn twitter karakter ook is: niet in een hokje te stoppen, geen etiket op te plakken. Zo heb ik het graag. Zelf word ik ook niet graag in een hokje gestopt en etiketten blijven ook op @draeckenstein niet kleven.

Bij de koffie blijkt dat ook Wilma, de vrouw van Henk, uit hetzelfde hout gesneden is. Weliswaar is zij de rustige van de twee, degene die de boel in balans houdt, maar ook Wilma is niet te categoriseren. Al snel werd me duidelijk dat we hier te maken hebben met twee mensen die respectvol naar anderen staan, niet veroordelen, niet veroordeeld willen worden en die volledig, tot in het kleinste detail, gewoon hun eigen gang gaan. Dat is herkenbaar voor me. Het is een rijkdom om je niets aan te hoeven trekken van wat anderen van je vinden. Je eigen ding doen, daarbij andermans grenzen respecteren.

Het gesprek ging over twitter, hobbies, levensvisie, werk.. Het was supergezellig. Veel gesprekstof, veel lachen, veel verbazing. De raakvlakken werden nog talrijker. Hoe fijn om te horen dat Henk hetzelfde heeft als ik: chaos in de kop. Maar fijne chaos, we zouden niet zonder kunnen leven. Wat doe je als je 1001 ideeën hebt en je kunt geen prioriteiten stellen? Dan denk je gewoon over 1001 dingen tegelijk na. 24 uur per dag als het moet. Ook Henk zit ‘s nachts wel eens rechtop in bed. Vanwege een hersenspinsel. Dat moet er dan uit. Dat kan op verschillende manieren… Twitter blijkt dan weer een mooi klankbord te zijn.

Spend the night in style: Bed & Breakfast bij Penterman

De Bed & Breakfast was een lust voor het oog. De buitenkant van het pand wekt een verwachting op, die binnen waar gemaakt wordt. Het is alsof men in de keuken van Saartje plaatsneemt, uit Swiebertje. Met veel aandacht voor detail is het originele, antieke karakter behouden. U moet het zelf gezien hebben, om het te geloven.

Wie Henk Penterman, alias @democratius wil volgen, moet achter de muziek aan. De man is muzikant, muziekverkoper, muziekinstrumenten handelaar. Alles ademt muziek uit. Het is zijn passie. Net als fotograferen overigens. Henk maakt prachtige foto’s, van zeer uiteenlopende onderwerpen. Heel verrassend om erachter te komen dat de erotische zwart-wit foto’s, waarop hij zijn volgers op twitter met name ‘s nachts tracteert, van eigen hand zijn. Het bezoek smaakte naar meer, Henk en Wilma zijn boven alles lieve mensen. @democratius en Henk Penterman zijn oprecht hetzelfde, waarbij we kunnen stellen dat @democratius de geconcentreerde versie is van Henk. Maar: 100% WYSIWYG.

Tot een volgende keer, heer @democratius

@draeckenstein