Archive for the Tattoo & Piercing Category

Sprookjes mogen wel eens herschreven worden

Posted in Fantasie, Niet door de beugel, Sex, Tattoo & Piercing with tags , , on juli 11, 2012 by vandraeckensteijn

Waarschuwing aan ouders: Het volgende sprookje is niet bedoeld voor kinderen.

Anita was 17 jaar en woonde in een rijtjeswoning met huursubsidie, bij haar vader en stiefmoeder. Stiefmama was verslaafd aan alles wat maar enigszins een vlucht verschafte, uit de miezerige wereld. De vader van Anita had een wietkwekerijtje op zolder, waar niet van rond te komen was. Het was armoe troef.

Anita had op school de bijnaam Sneeuwwitje gekregen, vanwege haar excessieve coke gebruik. Haar stiefmoeder werd er tureluurs van, omdat Sneeuwwitje in een ochtend haar hele voorraad wegsnuffelde. Daar moest iets aan gedaan worden en zo huurde ze een Roemeense dakdekker in, om haar mores te leren.

Op een kwade regenachtige dag moest Sneeuwwitje van haar stiefmoeder toch naar school en lief bood stiefma aan dat een Roemeense vriend haar wel even met de auto zou brengen. Zo gezegd, zo gedaan. Sneeuwwitje stapte in de geblindeerde Fiat Multipla en keek argwanend naar de ongeschoren balkanees naast zich. De Roemeen keek terug en kreeg terstond spijt dat hij zich had ingelaten met de kwade stiefmoeder. Sneeuwwitje deed hem denken aan de Roemeense zangeres die mee had gedaan aan het Eurovisie songfestival. Als fijnbesnaarde Oostblokhomo kon hij niet anders dan meteen in huilen uitbarsten.

Sneeuwwitje raakte daardoor zwaar geïrriteerd en vroeg wat er was. De man deed het dashboardkastje open en liet de Glock zien die daar doorgeladen klaar lag. Dat vond Sneeuwwitje heel normaal, want iedereen die ze kende reed rond met een gun in de auto of onder het scooterzadeltje. No problem dus. Toen de dakdekker bekende dat hij ingehuurd was om haar uit de weg te ruimen, moest ze wel even slikken. Ze spraken af dat hij Sneeuwwitje zou dumpen in een bos tussen twee snelwegen in en dat ze voor altijd uit de buurt van de stiefmoeder zou blijven.

Zo gezegd zo gedaan. Een uur later stond het tengere kind in een bos langs de A2. De Multipla sjeesde rokend verder en Sneeuwwitje had geen idee waarheen te gaan. Het begon te regenen en zo liep ze dus het bos in, om te schuilen voor de druppels. Onderweg braken er nog een paar nepnagels af en liep haar make up uit door de regen, dus je kunt je voorstellen dat ze het leven al niet meer zag zitten.

Opeens was daar in het bos licht waarneembaar! Op een open plek stond een hele grote bouwkeet, met een rokend schoorsteentje. De deur was gewoon open en Sneeuwwitje ging naar binnen. Wat een gezelligheid daar! 7 kleine stoeltjes rond een kleine tafel, een klein breedbeeld teeveetje en in een andere ruimte 7 kleine bedjes. Ze ging liggen op 1 van de bedjes en viel in slaap…

Bij het intreden van avond marcheerden  7 delinquente lilliputters terug naar hun bouwkeet. Ze hadden die dag zwerfvuil uit de berm gehaald langs de A2 en gras gemaaid. Ze hadden een taakstraf van buro Halt omdat ze meisjes van 14 in hun tieten hadden geknepen in het Sportfondsenbad Oost. Dat was een typische draaideuractie geweest en de taakstraf van 240 uur ging ze niet in de koude kleren zitten. Al stampend kwam de bouwkeet in beeld en verheugden ze zich op een traytje Schültenbrau en een frikandel uit het vet. Daar aangekomen hadden ze meteen door dat er iets niet in de haak was, de deur stond open. Jordi, de potigste van het stel, werd als eerste naar binnen geduwd. Hij liep voorzichtig door de keet en kwam terecht bij de bedden. De aanblik van Sneeuwwitje die daar vredig lag te snurken, maakte dat zijn onrust veranderde in verbazing. Hij rende terug naar de deur en riep: “Jongens, er ligt een wijf in onze slaapkamer. Gratis!”. De lilliputters sloegen elkaar de hersenpan in om als eerste binnen te komen. 7 geile dwergen stonden om Sneeuwwitje heen te hijgen. “Wat doen we met haar?”, vroeg Gustav. “We gaan er overheen!”, riep Barry. “Ik denk dat ze aan de GHB zit!”. De kleinste van het stel, maar wel met de meeste hersens, vond dat je dat niet kon maken. Na rijp beraad besloten de 7 om toch gebruik te maken van de situatie en dan maar een bukakefilmpje met de iPhone op te nemen. 5 minuten later stonden er 7 wankende dreumessen om het bed…

Bij het ontwaken viel het Sneeuwwitje op dat haar gezicht nogal stijf was. Het duurde even voordat alle huid weer meedeed met de bewegingen die haar gezichtsspieren maakten en haar oogleden trok ze met haar vingers open. “Fucking verkoudheid ook..”, dacht ze. Ze had honger. Ze rook de bekende lucht van oud frituurvet welke 8 bakbeurten geleden verneukt was door er vissticks in te bakken. De deur naar het andere vertrek werd opengetrokken en vervolgens stond ze oog in oog met 7 frikandel kauwende lilliputters. Een paar van hen keken haar grijnzend aan. Sneeuwwitje werd aan tafel gezet, kreeg een blikje bier en een bord frikandellen en werd gade geslagen, terwijl ze hongerig het separatorvlees naar binnen stouwde. “Hoe heet je?”, vroeg Barry. “Sneeuwwitje..”, zei Anita. Barry typte met zijn worstenvingertjes haar naam in het YouTube invoerveld. “Hij is aan het uploaden!”, zei hij tevreden. De sfeer werd al wat losser bij het 4e biertje en zo kwam Sneeuwwitje met haar verhaal naar buiten. Niet dat het de 7 mannetjes ook maar 1 seconde interesseerde, maar er was toch niks op tv. Sneeuwwitje vroeg of ze mocht blijven. Ze zou de keet opruimen, zorgen dat het eten klaar was als de 7 thuis kwamen en als ze niet elke avond in de rij zouden staan, mochten ze zelfs bij toerbeurt haar doosje bevolken. Daar zeiden de kereltjes geen nee tegen.

Zo verstreken de dagen. De 7 dwergen hadden inmiddels naar de reclassering gebeld en nog een paar aanrandinkjes bekend, in de hoop dat er een jaar taakstraf van gemaakt werd. De reclasseringsambtenaar, bijna met pensioen, beloofde langs te komen. Ondertussen was het een lollige bende in de bouwkeet. De multi-angle-view-webcam leverde mooie taferelen op, die door een grote schare betalende ransbakken gevolgd werden via het web. Sneeuwwitje werd een hit met haar 7 slaven, die ze voor het oog van de wereld met haar naaldhakken van jetje gaf. Helaas voor haar, keek stiefmama ook mee. Des duivels was ze! Stiefmoeke wist dat de dakdekker gelogen had en was al helemaal ontstemd omdat hij in plaats van geld een beloning in natura had geëisd. Terwijl ze keek hoe Sneeuwwitje 7 lulletjes in haar rood gestifte mond propte, kwamen de horrorbeelden weer boven van de op alle hygiënische vlakken falende Roemeen. Ze besloot om zelf maar een bezoek aan de bouwkeet te brengen…

Na het uitpluizen van het ip-adres van de webcam en het inschakelen van een hacker die bij de overheid werkte, had ze de exacte locatie. Stiefmama parkeerde haar pikzwarte BMW uit 1980 behoedzaam aan de rand van het bosje en bedekte de gouden pornovelgen met wat takken. Ze was er van overtuigd dat haar Ben Saunders outfit goed genoeg was om Sneeuwwitje in de luren te leggen. Uren bodypainten, een tand uit haar mond gestoten met een bierfles.. petje op. Tunnels in haar oorlellen en haar meest stupide blik moesten het doen. Met een koffertje toog ze het bos in. Het bouwkeetje was al snel gevonden en ze gluurde door het raam. Sneeuwwitje was zichzelf net aan het verwennen met een glaasje 43, een lijntje wit en een Justin Bieber DVD. Geen lilliputter te zien. Ze klopte aan het deurtje..

Sneeuwwitje deed open en slaakte een gilletje van opwinding! Ben Saunders voor de deur! What the fucking fuck!? Ben legde uit dat hij door de 7 ingehuurd was om een kontgewei te zetten bij Sneeuwwitje. Die liet zich dat geen twee keer zeggen en kroop meteen met haar rok omhoog op de keukentafel. Uiteraard had ze geen ondergoed aan, dat hadden de 7 arbeidertjes vakkundig verbrand buiten. “Best een lekker achterwerk” dacht stiefma nog. Meteen verbood ze zichzelf elke gedachte aan andersoortige activiteiten, daar kwam ze niet voor. De inkt vloeide rijkelijk bij het zetten van de tattoo. Inkt die flink onder handen was genomen met allerhande troep uit het keukenkastje, in de hoop dat Sneeuwwitje out zou gaan. Om geen verdenkingen te wekken, hield stiefma het gesprek goed op gang. Dat werkte in eerste instantie. Toen de giftige tattoo bijna klaar was, begon Stiefmoe nogal intelligent over politiek en de EU te lullen. Sneeuwwitje schrok uit haar roes. “Jij bent Ben Saunders niet!!!” gilde ze. Maar het was al te laat. Het werd zwart voor haar ogen en ze hing als slappe was over de kanten van de keukentafel. Stiefmama pakte haar boel weer samen en koos gierend het hazenpad.

’s Avonds kwamen de 7 lastpakken tegelijk met de reclassering aan bij de bouwkeet. Wat een schrik toen ze Sneeuwwitje zo aantroffen!!! De verschrikkelijk lelijke tattoo boven haar bilnaad was de grootste schok. Sneeuwwitje was niet meer wakker te krijgen en de reclasseringsambtenaar begon aan de kont van het meisje te ruiken. “Ik denk dat ze vergiftigd is!”, zei hij. “Nee, zo ruikt ze daar altijd. Ze is een propper en dat veegt minder schoon..”, sprak Gerrit, nummer 5 van de 7. “Dat bedoel ik niet. Ik ruik Ajax Bloemenfestijn. Dat moet in die inkt gezeten hebben!”, beet de ambtenaar terug. Aangezien door bezuinigingen zijn gsm was uitgerust met een T-Mobile kaart, had hij geen bereik en kon hij geen ambulance bellen.

Barry had een geweldig idee echter. Hij snelde het bos uit en rende over de vluchtstrook naar de overvolle parkeerplaats langs de A2. Daar het bos weer in en midden tussen de aan hun gerief komende stellen, riep hij keihard: “Is er een dokter aanwezig?!”. Vanachter tien bomen klonk een “Ja, hier!”. Eén dokter was met zijn broek op de enkels sneller dan de rest en al struikelend kwamen de twee bij de bouwkeet. “Het gif moet uit de wond gezogen worden!”, krijste de arts. “Doe het zelf!”, schreeuwden 7 keeltjes. De dokter deed enorm zijn best. Hij ging achter Sneeuwwitje staan en zoog uit alle macht aan de tattoo.

Thuis zat een doktersgezin gezellig achter de laptop, te wachten tot de man des huizes het vlees kwam aansnijden. Op twitter kwam een Trending Topic in beeld: #dokterzuigtreet. Na enig doorklikken kwam de live verbinding via de nog immer zendende webcam uit de bouwkeet in beeld. “Papa!”, gilde kleine Miesje en wees naar het scherm. In de bouwkeet werd er inmiddels een gejuich waarneembaar. Sneeuwwitje was weer bij!! Stiefmoeder zat ook te kijken en verbeet zich. Ze werd bozer en bozer. Exploderend van woede rende ze de weg op, om bij de nachtwinkel genoeg booze in te slaan om haar brains te killen. Helaas keek ze niet uit en werd ze aangereden door een niet nader te noemen tattoeëerder, wiens pet voor zijn ogen gezakt was en dacht dat het licht buiten uit was gegaan. De zuigende dokter draaide zijn Volvo Hondenhok met trots de straat in en vond zijn oprit bezet door een andere Volvo. Van de scheidingsmakelaar.

Zo kwam alles goed. Ze leefden nog lang en gelukkig, binnen eigen referentiekaders.

Advertenties

De Muppetshow. In living colour.

Posted in Merken, Niet door de beugel, Tattoo & Piercing on mei 4, 2011 by vandraeckensteijn

Wat was ik blij toen The Voice of Holland afgelopen was. Vanaf dag 1 was me al duidelijk dat we allemaal verliefd moesten worden op Ben Saunders. Dat het geen toeval is dat hij gewonnen heeft, daar ben ik zeker van. Dat het niets te maken heeft met het leegtrekken van de bankrekeningen van de massaal sms-ende pubers, daar ben ik ook zeker van. Het shock effect moest optimaal zijn. Eindelijk weer eens een artiest waarvoor je ouders in hun broek schijten. Ik geef toe dat de kleurrijke gigant zingt als een nachtegaaltje, met zijn gouden strotje. De gouden tanden die hij daarbij blootlacht, zijn slechts een voorbode van de gouden stembandjes die daarachter liggen.

Tattoo Ben moest gewoon winnen. Op twitter is -god mag weten hoelang- de Timeline behoorlijk vervuild geweest met #TVOH (the voice of holland). En oh oh wat waren de getattoeëerde mensjes, die al een afspraak bij de laserkliniek hadden staan, blij met deze ambassadeur van de inkt. Heel Nederland loopt inmiddels weg met de getattoeëerde medemens. Bravo. Welnu, Ben Saunders is niet mijn ambassadeur als het aankomt op uitdragen van de in de huid aangebrachte boodschap.

Goed, Tattoo Ben heeft gewonnen en is in handen van “een” management. We moeten zijn plaatjes gaan kopen, we moeten merchandise aanschaffen, we moesten met de carnaval verkleed gaan als hem. De tattooshops worden radeloos van de jeugd die de deur platloopt, er uit wil zien als Ben en na het horen van de prijs weer met de staart tussen de kale beentjes afdruipt. We komen ome Ben dus overal tegen. Zo ook vanmorgen, via wetransfer, een ftp site die ik vaak gebruik om grote bestanden te versturen. Deze site is gratis en bedruipt zichzelf door het dialoogvenstertje zo klein mogelijk te houden, terwijl men op wallpapersize reclame’s op de achtergrond laat circuleren. De kracht van die reclame is, dat er geen tekst in voor mag komen. De foto moet het doen, dan kun je, als je interesse gewekt is, op de bedrijfsnaam klikken voor de link. Tot mijn grote verbazing zie ik daar plotseling een enorme reclamefoto opduiken van Rehab (schoenenmerk). Een zwartwitfoto.. met Ben Saunders.

Verschrikkelijk gewoon. Arme Ben heeft dus geen controle meer over zijn voorkomen in de media, die wordt nu geleefd. Onze tattoogigant zit in een Chesterfield clubfauteuiltje van zwart leer, met zijn knietjes opgetrokken. Braaf. Is gekleed in een zwart pak, met een stropdasje.. Een beetje Al Capone achtig, dat is duidelijk de insteek. Matching hoedje op.. De getattoeëerde voetjes netjes in zwartwitte maffiaschoentjes gestoken, die hij symmetrisch en fragiel over de rand van de zitting laat steken. Ben kijkt in de foto opzij, met zijn onschuldig grote ogen vanachter zijn bril. Hij lacht… Ben kijkt blij op een manier zoals een kind naar zijn moeder kijkt, die liefdevol vanuit de keuken vraagt of hij vandaag extra hagelslag op de witte boterhammetjes wil.

Het is afgezakt tot Muppetshow niveau. Als je het merk Rehab niet kent, dan is onduidelijk waarom Ben Saunders op die foto staat en wat hij nu moet aanprijzen: de hoed? De kleding? De schoenen? Of toch dat horloge of die armband? Of misschien wel die bril? Of alles? Of is het een promotie voor de tandarts? Who knows. Het nodigt niet uit tot klikken, vind ik.

Over een jaar zullen we wel een nieuwsitempje voorbij zien komen, waarin Ben aangeeft zijn contract met zijn management niet meer te verlengen. Gaat hij lekker zijn eigen weg. Gewoon zingen en/of tattoeëren, zonder al die slaafse rompslomp er omheen. En ook al zou je het niet zeggen als je dit leest, ik gun hem dat. Ben Saunders is okay, hij zit alleen in de verkeerde trein mijns inziens.

Go Ben. And shake those uggly shoes man.

“Beer op m’n reet”

Posted in Mijn jeugd, Niet door de beugel, Tattoo & Piercing on september 23, 2010 by vandraeckensteijn

Er zijn twee mensen op de wereld waar je geen ruzie mee wil hebben. De tandarts en de tattoeëerder. We schrijven begin jaren ’90, zelf net mijn tweede tattoo laten zetten. Een grote, zwarte tribal draak, op de linkerkuit. Netjes uitgevoerd in Nijmegen. Met dat getattoeëerde beentje oogste ik veel bekijks op de studentenflat van vriend A., die in Enschede studeerde. Ik was er voor een feest, waar overigens alleen mannen waren. De hunkerbunker werd die campusflat ook wel genoemd, all men no women. Je zou er uit nood vanzelf homo worden (no offense, gays are cool).

Onder de feestgangers bevond zich heer J. Een schriel mannetje, eeuwig in een streepjesblouse gekleed en een studentikoos stropje voorgeknoopt. J. had een vrouwenprobleem… althans.. vrouwen hadden vooral een probleem met J. Een kleurloos rekenwonder met verkeerde haardracht, verkeerde kleding, een referentiekader van nul komma nul en een muzieksmaak waar zijn oma trots op zou zijn. Dit heerschap klampte zich vast aan me: “Ik wil ook een tattoo!!!”. Natuurlijk.. “Wat wil je dan en waar?”, vroeg ik. “Ik wil een beer op m’n reet!”, kermde het mannetje. “Een beer?”, ik vroeg hem waarom. Toen kwam er een snode verhandeling: “Kijk, als ik zeg tegen de wijven dat ik een tattoo heb, dan willen ze hem zien. Als ik dan zeg dat die op een zekere plaats zit en ik die niet zomaar kan laten zien, dan moeten ze wel even apart met me staan. En dan zeg ik dat hij op m’n reet zit. Als ze hem dan nog willen zien, dan laat ik mijn broek zakken en dan sta ik alvast in mijn blote kont bij ze. De rest gaat dan vanzelf, dan is er geen weg terug!!!”.

Ik heb nog geprobeerd om hem er vanaf te praten. Zonder succes, want drie weken later zat heer J. samen met mij en getattoeëerde vriendin J. in mijn Volkswagen legerjeep op weg naar Nijmegen. Naar de tattooshop. Onderweg werd het arme ventje geplaagd door zenuwen.. “Doet het pijn?”, “Is het snel klaar?”. In zijn handen een vodje papier waarop hij zelf een miniscuul, zittend teddybeertje gekrabbeld had. Toen hij me vroeg of die “grafhorror” die ik onderweg draaide uitgezet kon worden en of de auto wel veilig was, bitste ik hem toe dat hij nu toch echt zijn bek moest houden. Ik had al lang spijt van de onderneming. In de tattooshop ging het gejammer gewoon door… Eerst een discussie met de tattoeëerder over de grootte. “Hij moet vergroot worden, anders krijg ik het detail er niet in!”, was de mening van de artiest. Dat ging volgens J. niet, het moest en zou dat formaat blijven. Een wegwuifgebaar van de kant van de tattoeëerder maakte een eind aan de oeverloze discussie. “Wat jij wil, jongen!”.

Toen het drama: om op je kont getattoeëerd te kunnen worden, moeten je broek en onderbroek naar beneden. “Maar dan ziet iedereen mijn reet!!!” krijste het schepsel. “Ja natuurlijk! En zo fraai is hij vast niet, dat mensen daar warm voor lopen!”, schold de artiest terug. J. ging trillend op zijn buik liggen… Met bevende handen trok hij broek en onderbroek een beetje naar beneden. De tattoeëerder verschafte zich riant toegang tot de witte bips door bruut de Levi’s en de Sloggi naar zich toe te rukken. “Wie op zijn reet een tattoo wil, zit in zijn blote bil!”.

Inmiddels omarmde J. de tafel en beet op zijn tanden. Vanuit mijn ooghoeken zag ik hoe de tattoeëerder het tekeningetje onder het kopieerapparaat een paar slagen vergrootte en een ietwat dikkere beer door de stencilmachine haalde. Toen de “flash” met dettol was aangebracht op de bips en de in tattoo inkt gedoopte machine gevaarlijk boven het vel zwaaide voor de eerste steek, riep de artiest “Komtie dan!”. Met de eerste aanraking trok J. zijn kont zowat door de tafel heen. “Relax toch man!”, beet de tattoeëerder hem toe. Poging twee… Wederom bilkracht acht en geen steek raak. Dit herhaalde zich een paar keer, tot de tattoeëerder het zo zat was, dat hij J. letterlijk billenkoek gaf! Met de platte hand ging het 3 x “pats pats pats” op de blote kont. “En NOU stil liggen godverdomme!”. Dat hielp. Met vochtige oogjes en de tanden op elkaar onderging de jammerling zijn zelf gekozen behandeling. “Zorg dat hij doorademt!”, commandeerde de artiest me. Niet overbodig, want heer J. liep inmiddels paars aan door het inhouden van de adem…

Een kwartier later stond het beertje in grijstinten op de bips. J. was kapot en de tattoeëerder nog meer. Hij had precies de tekening aangehouden, op strikt verzoek van J., die “geen eigen inbreng” duldde. Met een omgedraaide nek keek J. in de spiegel… “Hij is te groot! Hij is te groot!”. De artiest zuchtte diep.. “Ja, hij is iets groter maar ik reken gewoon de prijs van de kleine!”. J. was boos. Op zich was de beer helemaal gelukt, precies zoals op zijn tekening. Toen begon het gedonder: “Ik betaal een tientje minder omdat je niet gedaan hebt wat ik je vroeg!!!”.. Nu zullen we het krijgen dacht ik. De tattoeëerder, die ons duidelijk zo snel mogelijk weg wilde hebben, ging accoord. Hij vroeg nog “Waarom toch die beer?”. J. was zo stom om de reden uitvoerig uit de doeken te doen…

“Als je nu even betaalt, dan kun je nog heel even gaan liggen..”, zei de tattoeëerder. “Ik zie dat ik een stukje schaduw vergeten ben onder de beer. Dat is zonde voor de vrouwtjes natuurlijk, het moet wel perfect zijn!”. Trots als een pauw betaalde J. netjes het bedrag minus het tientje en klom weer op tafel. “Ditmaal hoeft de broek niet helemaal naar beneden, ik ben zo klaar!”, sprak de artiest. Hij haakte zijn vinger achter de broekband, trok de bips en de tattoo vrij en toen pieste ik bijna in mijn broek van het lachen…

Vliegensvlug en behoedzaam werd er tussen de beentjes van de beer een heus berenkutje met schaamhaar gezet… Verband er weer op, broek terug en een ferme tik op de reet! “Klaar! Je kunt gaan, kijk thuis maar en succes met de vrouwtjes he!”

On a mission from below

Posted in Persoonlijk, Sex, Tattoo & Piercing on augustus 21, 2009 by vandraeckensteijn

fotomeVan Draeckensteijn is op missie. En wel in Sunparcs. Als ik hier klaar ben, kunnen ze het omdopen tot Sinparcs. Waarom? Ik ben hier omdat er veel jongeren zijn en die brengen altijd een lekkere vibe mee. En zoals collega blogger Dubach terecht opmerkt: je kunt van de jeugd van tegenwoordig veel leren, maar omgekeerd kun je ze als oudere jongere ook een boel meegeven. Leren. In Sunparcs pik ik die heerlijke vibe het beste op in het subtropisch zwembad. Je ziet namelijk meteen aan elkaar wat voor vlees je in de kuip hebt. Een goed gesprek met de JVTW is ook zo aangeknoopt. De jongens en meisjes zijn niet te beroerd voor een open en eerlijke dialoog.

Zo heb ik zelf geleerd van een echte pimp hoe je ghb moet maken. Keisimpel! Beetje velgenreiniger, beetje gootsteenontstopper. En dan maar pret hebben. Als tegenprestatie heb ik deze knaap geleerd hoe een goede tattoo eruit moet zien, waar je je het beste kunt laten tattoeeren en waarom goedkoop altijd duurkoop is. Van een lekkere Breezerslet heb ik begrepen dat pijpen beter is dan zoenen bij een first date, want dat is veel minder persoonlijk. Zou je toch willen dat je een paar jaar later geboren was, toch? Deze jongedame heb ik weer blij kunnen maken met tips over het zetten van piercings. Waarom een klitpiercing niet zo ongevaarlijk is als wel eens wordt verondersteld en gewag gemaakt van de nieuwste rage op piercinggebied: de dermal anchor. Kijk, dat geef je de jeugd dan toch maar even mee.

Verder de pimps en breezers even laten zien dat een goed potje sex echt wel langer dan 2 minuten duurt. Mijn stokpaardje is en blijft het bijbrengen van een stukje burgerlijke ongehoorzaamheid. Daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen. Tips over de aanschaf van sigaretten en wiet als je nog geen 16 bent, hoe haal ik het maximale uit een blowtje. Waarom te hard rijden zo leuk is en hoe omzeil je je boete via een stuk jurispredentie. Van de scooterpimps heb ik dan weer geleerd hoe je het beste de politie voor kunt blijven als je te hard gereden hebt. Jammer dat je daarvoor op een fietspad moet zitten, past de Dodge net niet lekker op.

Morgen staat er een subtropisch porno seminar op het programma, waarbij ze kennis zullen nemen van de videogeneugten uit de jaren 70 en 80. Verder zullen we onze ervaringen verder uitwisselen omtrent burgerlijke ongehoorzaamheid en zullen de Breezertjes me gaan vertellen hoeveel Breezers je nou echt moet uitgeven voordat ze mee achter de kroeg gaan. Leerzaam, leerzaam, leerzaam. Kortom: ik voel me hier net een straathoekwerker, tussen de jeugd van tegenwoordig. What a vibe!

Ook Drenthen hebben wel eens mazzel

Posted in Tattoo & Piercing on augustus 10, 2009 by vandraeckensteijn

Center Parcs… Sinds we kinderen hebben, komen we er regelmatig. Liefst met de schoonfamilie, met zijn allen in een huisje gepropt. Nu kan ik een boel negativiteit spuien over de prijs-kwaliteitverhouding van het gebodene, maar daar gaat dit stuk niet over. Nee, Center Parcs is voor mij vooral zien dat de kinderen plezier hebben en dat is voor pa Van Draeckensteijn ook erg belangrijk. Lekker in het subtropisch zwembad poedelen enzo. Meedoen aan de badslippercultuur. Je past je aan. In het zwembad bij Center Parcs is het altijd een beetje kijken en bekeken worden. Er heerst een eilandjes cultuur, hele families claimen hun paar m2 langs het zwembad door het aanwezige tuinmeubilair als kleine enclave op te stellen. Wat zich binnen de cirkel bevindt, is van “de familie”. Gedrapeerde handdoeken geven de clan aan, wie er eentje durft te verplaatsen, kan rekenen op problemen. Het territorium wordt nog net niet met een straal zeik afgebakend, maar het scheelt niet veel. De aanwezige mannen, waaronder Van Draeckensteijn, lopen als herders van hun kudde rond, om te kijken of de territoriale grenzen niet geschonden worden. Gespierde mannen voelen zich zichtbaar machtiger dan de exemplaren met kalend hoofd en bierbuikjes. Een gebruind lichaam en een sixpack verraadt dat er met deze hoeders niet te spotten valt. En om de zaak nog eens kracht bij te zetten, zorgt een tattootje hier of daar voor de oorlogskleuren. Die moet ook altijd in beeld zijn, want dan weet je weer dat er niet te spotten valt met de drager, zo denkt men.

Nou zie ik overal om me heen een boel prutswerk aan tattoos, slecht gezet, vaag, te klein, vorm die het lichaam niet volgt… Noem maar op. Vroeger liep ik rond in het nadeel, twee redelijk forse draken op de bovenarmen en een grote draak op het linker onderbeen, konden de competitie niet aan met een wat minder getattoeëerd persoon met gespierdere bovenarmen. Het gesodemieter begint al bij de douches als je aankomt. Bomen van kerels die kramp krijgen van het kromme inzepen omdat ze per se met hun getattoeëerde lichaamsdelen naar het publiek toe willen blijven staan. Boeit me niets, ik kom er voor mezelf. Als ik me dan in mijn zwembroek bij de douchende kleerkasten vervoegde, zag ik aan hun kop wel dat die paar tattoos van me op zich in de overmacht waren, maar de rest vormde blijkbaar geen gevaar. Helaas is daar verandering in gekomen. Door intensief fitnessen is het allemaal wat meer in proportie, nog geen wedstrijdspul, maar ik hoef de buik niet zo hard in te houden als David Hasselhoff in Baywatch. De grootste verandering zit ‘em in het laatst gezette werk, mijn trots, het rugstuk.

Precies een jaar werk heeft dat gekost… Elke drie weken in de stoel bij boezemvriend Harry. Kom ik nu bij een collega-tattoo-man onder de douche, dan gaat het goed, tot ik met mijn gezicht gezellig richting publiek kijk en de ruwe bonk naast me uitzicht heeft op de rug. Meestal is het douchen dan afgelopen en nokken ze. Begrijp me goed, ik sta daar voor mezelf en die tattoos zijn ook voor mezelf. Het interesseert me geen drol wie het mooi vindt of er aanstoot aan neemt, ieder zijn ding. Ik constateer alleen maar. De laatste keer dat we in Center Parcs waren, was het in het zwembad retedruk. Mevrouw Van Draeckensteijn kondigde aan dat ze naar het kinderzwembad ging en of ik daar dan ook naartoe kon komen. Prima. Vers gedouched begeef ik me naar het kinderbadje… Pontificaal voor de ingang van het bad, had een familie uit Drenthe hun bivak ingericht, daar zaten opa, oma, papa, mama en zoontjes Drenth. Allemaal gezellig, echter papa Drenth had mij van een afstand in de peiling. Met verongenoegd gezicht bekeek hij vanaf een aantal meter de tattoos op mijn bovenarmen en been. En toen hoorde ik hem, net niet zacht genoeg, “grappig” zeggen tegen zijn clubje: “Die heb thuus ’t tekenpapier op ‘ehad en toen isse op zien armen wieter gegaon”. Ik kwam dichterbij, dus iedereen hield de mond dicht. Altijd in voor een stuk repliek, blijf ik voor hem staan en vraag: “Kun je dat nog even herhalen?”. Papa Drenth werd een beetje rood en toen een beetje wit, schoof ongemakkelijk op ’t stoeltje heen en weer… Opa ging al op het puntje van de stoel zitten… Dus ik vraag weer: “Zeg het nog eens?”. Geen antwoord, naar de tenen loeren… Toen maar zelf ingekopt, ik zeg tegen het arme mannetje: “Luister, ik heb inderdaad geen papier thuis wat groot genoeg is om op te teken.” Vervolgens loop ik ze voorbij het kinderbadje in, in de wetenschap dat de hele familie uitzicht heeft op de muurschildering aan de achterkant. Mensen die me kennen, weten dat ik nog geen vlieg kwaad doe, nooit gedaan ook. Ik schoot in de lach, toen ik opa tegen zijn zoon bitserig hoorde sissen: “Godverdomme kerel, doâr heb ie ‘eluk ‘ehad!”

rug

Van Draeckensteijn is big in Japan

Posted in Tattoo & Piercing on juli 22, 2009 by vandraeckensteijn

Tattoos. Daar kan ik uren over doorpraten. Ik beperk me hier even tot mijn ontmaagding in tattooland, de rest volgt later wel. In 1987 werd ik 18 en ik vond dat ik mijn eerste tattoo wel verdiend had. Ik was koud van de middelbare school af en kende niemand met een tattoo, maar wist wel dat ik er zelf heel graag eentje wilde hebben. Mijn heavy metal idolen droegen hun lichaamsversieringen ook allemaal met trots en het was voor mij de ultieme vorm van zelfexpressie. In die dagen was de tattoo echter nog niet zo geaccepteerd als vandaag de dag, bij je ouders vooraf melden dat je er eentje ging laten zetten was dan ook geen optie. Afijn, de Gouden Gids gepakt en onder Tattoo gezocht. Prijs! Een shop in E. gevonden, dat was het dichtste bij. Toevallig waren vrienden van me op kamers gegaan in E., dus ik had begeleiding. Toen met grote precisie een eigen ontwerp gemaakt… Zo toog ik samen met M. en E. naar de tattooshop. Als ik toen had geweten, wat ik nu weet, was ik waarschijnlijk bij binnenkomst in de shop al omgedraaid. De shop was donker, er hingen evenzo duistere figuren aan de balie, in totaal beschonken toestand en overal stonden Grolsch beugels. Achter de balie stond een mannetje of 6 en een alleraardigste kerel vroeg me of hij kon helpen. Het ontwerp werd beoordeeld en ik mocht gaan zitten, wachten tot de beste man de tekening op carbonpapier overgetrokken had. Nog even keek ik rond en vroeg me af (toen pas ja) hoe het met de hygiene gesteld was. Mijn blik bleef rusten op een certificaat van de (toen net opgerichte) Nederlande Bond van Tattoeëerders. Het was meteen goed, ik was gerust. Ook het feit, dat het hulpje van de tattoeëerder even later een blikje naalden op de grond liet vallen en ze met de blote hand opraapte, afblies en terugzette, verontrustte me niet meer. Hoe stom kun je zijn? Het zetten van de tattoo verliep niet geheel vlekkeloos. De tattoeëerder klaagde steen en been over de hoeveelheid bloed die er vrij kwam en vroeg me of ik last had van hoge bloeddruk of alcohol had geconsumeerd. Geen van beiden, zei ik. Achteraf bleek dat hij de tattoo niet in het vel, maar in mijn vlees aan het prikken was.

Na een pijnlijke sessie van een half uurtje stond ik met de koude koorts in mijn knar weer buiten, 45 guldentjes armer. Apetrots natuurlijk. Toen naar de woning van M. en E., de tijd uitzitten, want na 4 uur mocht het servetje eraf. Dat was meteen het volgende probleem. Ook toen al had er brandwondengaas of folie gebruikt moeten worden om de tattoo af te dekken. Nee, de firma Celtona moest mijn verse tattoo behoeden voor intredende rotzooi. Foute boel dus. Het servetje bleek op diverse plaatsen vezels achter te laten in de wond, sommige lijnen die dicht bij elkaar zaten waren zo dik, dat ze stukken servet insloten. E. depte liefdevol met een lauwe washand de restjes papier weg. Een uur later zat ik in mijn autootje op weg naar het ouderlijk huis. Daar aangekomen heb ik stijf mijn mond dichtgehouden en ging meteen door naar de badkamer. Even in de spiegel kijken en ondanks alle ellende kan ik me nog goed herinneren hoe speciaal ik het vond om een tattoo te hebben. Even later kreeg ik in de badkuip de schrik van mijn leven. Het getattoeëerde vel lag namelijk in spiegelbeeld als een uitgeprikt plaatje op mijn washandje. Paniek in de tent. De folder had het over “vervellen”. Dat zal dan wel het vervellen zijn dacht ik nog. Uit bad en meteen flink in de uierzalf zetten, dacht ik.

Die nacht werden mijn ouders wakker van mijn gekerm. Ze troffen me in bed aan, ijlend, met 41 graden koorts. Mijn vader vroeg wat er was en ik kon niet eens antwoorden. Ik weet nog dat hij vroeg of ik drugs gebruikt had en toen de aap eindelijk uit de mouw kwam, was de boot helemaal aan. Met spoed naar het ziekenhuis, volgepompt met pijnstillers en anti-biotica en een nacht daarblijven. De volgende ochtend een dokter aan mijn bed, die me eerst verrot schold dat “dit er nou van kwam” en vervolgens meedeelde dat ik op het randje van een algehele ontsteking heb gezeten. De tattoo was afgeschreven, die moest eruit zweren en elke dag moest ik van dat gele ontsmettingspoeder op de open wond strooien. Toen de wond dicht zat, na weken, besloot ik om verhaal te gaan halen bij de bond. Niemand minder dan Henk Schiffmacher was de voorzitter en die stond in die dagen nog gewoon in het telefoonboek van Amsterdam. “Kom maar langs bij de shop in Amsterdam, dan kijk ik er naar” was zijn devies. Een week later moest ik toevallig voor mijn freelance bedrijfje in Amsterdam zijn, dus ik combineerde dat met een bezoekje aan Hanky Panky. De shop zit op de wallen, in een souterrain en ik werd er keurig ontvangen. Iedereen schrok zich rot daar en er zou een uitbrander richting de shop in E. volgen werd mijn beloofd. Verder vroegen ze me of er een foto gemaakt mocht worden van het litteken. Natuurlijk mocht dat en zo stonden we even later op straat, in het zonnetje. De camera klikte en ik mocht verder. In gedachten verzonken liep ik verder, trok mijn hemd aan en was net bezig mijn blouse aan te doen, toen er een horde Japanners de hoek om kwam zeilen. Toen dat clubje mij in het vizier kreeg, pakte de hele zwerm de camera’s en werd ik denk ik in 5 seconden tijd zo’n 50 keer op de gevoelige plaat gezet. Daar stond ik dan, op de wallen, hemd nog uit de broek, blouse half aan. Ik heb ze met ongeloof aangekeken, tot het kwartje viel… Voorzichtig keek ik naar rechts en mijn blik werd beantwoord door een wulpse dame van Afrikaanse komaf, die slechts gehuld in stringtanga met een voet op een kruk achter haar roodverlichte raam stond. Ze lachte lief naar me. Onmiddellijk begreep ik dat het niet lang zou duren, of ik was in Japan bekend als de Hollandse hoerenloper die niet eens de moeite nam om binnen zijn kleren weer aan te trekken!

Gelukkig was er toen nog geen internet…